Digitale expertise toevoegen: hulp bij cliënten met een VG6/VG7-indicatie

Samen werken aan specialistische zorg die wérkt

Hendrike Fonteine is manager van de Cosis Poli en werkzaam als GZ-psycholoog/orthopedagoog. Vanuit haar rol in het MGZ-transitieteam is zij nauw betrokken bij de ontwikkeling van een regionaal expertisecentrum voor mensen met een verstandelijke beperking. Vanuit die combinatie van praktijk, organisatie en transitie vertelt zij over de ontwikkelingen richting een regionaal expertisecentrum

Binnen de Medisch Generalistische Zorg (MGZ) wordt al volop samengewerkt aan een concreet, gezamenlijk aanbod voor mensen met een verstandelijke beperking. Het gaat hierbij om handicap-gebonden problematiek en daaruit voortkomende psychische problematiek. Een mooi voorbeeld daarvan is de ontwikkeling van de regiopoli binnen de regiohub Drenthe: een samenwerking waarin gespecialiseerde poli’s van Cosis en Vanboeijen hun krachten bundelen, zodat cliënten sneller op de juiste plek terechtkomen en expertise beter wordt benut.

Een van de kartrekkers van deze ontwikkeling is Hendrike Fonteine, die vanuit het transitieteam nauw betrokken is bij de vormgeving van een overkoepelend regionaal expertisecentrum voor mensen met een verstandelijke beperking.

Waarom deze samenwerking nodig is

“Wat we in de praktijk steeds weer zien,” vertelt zij, “is dat psychische problematiek veel vaker voorkomt bij mensen met een verstandelijke beperking dan bij mensen met een gemiddeld IQ. Toch sluit het reguliere GGZ-aanbod vaak onvoldoende aan. Cliënten worden afgewezen op basis van IQ-criteria of komen terecht in trajecten die vastlopen, omdat de behandeling simpelweg niet passend is.”

De toegankelijkheid van de MGZ voor VG-cliënten staat dus onder druk. De toenemende complexiteit van de zorg en schaarste van professionals vraagt in de regio om een toekomstbestendige regionale samenwerking op het gebied van MGZ. Het is de bedoeling om expertise en capaciteit slimmer in te zetten om de toegankelijkheid van de medisch verpleegkundige zorg ook in de toekomst te kunnen borgen. Daarom is binnen de MGZ gekozen voor een regionaal expertisecentrum waarin gespecialiseerde kennis uit de gehandicaptenzorg wordt samengebracht. 

Binnen dit centrum krijgt het aanbod vorm langs drie lijnen: een verpleegkundige triagedienst, verpleegkundige aanrijdteams en een regiopoli voor psychische en medische behandeling, specifiek afgestemd op mensen met een verstandelijke beperking.

Wat er nu al gebeurt: samen optrekken in de poli’s

De regiopoli als onderdeel van een regionaal expertisecentrum is geen toekomstmuziek, maar groeit nu al stap voor stap. Cosis en Vanboeijen – beide deelnemende organisaties binnen de MGZ – beschikken ieder over een eigen poli voor deze doelgroep. In plaats van los van elkaar te blijven werken, zijn zij samen gaan verkennen hoe het aanbod beter op elkaar kan aansluiten.

“Wat ons opviel,” vertelt Hendrike, “is hoeveel overlap er eigenlijk al is. Cliënten kunnen bij Vanboeijen grotendeels hetzelfde aanbod krijgen als bij Cosis. Tegelijkertijd hebben we ieder ook eigen accenten en aanvullingen. Door die slim te combineren, ontstaat er een veel sterker regionaal geheel.”

Beide poli’s werken met vergelijkbare disciplines, zoals GZ-psychologen en orthopedagogen-generalist, artsen VG, vaktherapeuten en paramedici. Door die overeenkomsten ontstaat ruimte om van elkaar te leren, wachtlijsten beter te managen en cliënten sneller naar de juiste plek te begeleiden. 

Van verkennen naar doen

Een concrete stap in januari ’26 is de detachering van een behandelaar, van de Cosis-poli naar de poli van Vanboeijen. Zo wisselen we schaarse professionals uit, zodat we de juiste persoon, op de juiste plek, op het juiste moment hebben. Een waardevolle bijvangst hiervan is dat we inzage krijgen in elkaars werkwijzen, proces en keuzes.

“Het gaat ons niet om één centrale plek,” benadrukt Hendrike. “Juist door het aanbod regionaal te organiseren, op meerdere locaties, houden we de zorg dichtbij en toegankelijk. Tegelijkertijd benutten we de schaarse specialistische capaciteit veel slimmer op meerdere locaties, maar wel met één centrale en goed zichtbare toegang”

Vooruitkijken: schaalbaar en toekomstbestendig

Hoewel de MGZ-samenwerking zich in eerste instantie richt op Drenthe, wordt bewust gewerkt aan een aanpak die ook toepasbaar is in Groningen. Cosis werkt net als meerdere zorgorgansiaties in beide regio’s, en die regionale samenhang biedt kansen om het gezamenlijke aanbod verder te versterken.

De ambitie is helder: toewerken naar een regionaal expertisecentrum waarin meerdere organisaties samen zorg bieden aan mensen met een verstandelijke beperking. Niet als los initiatief, maar als logisch onderdeel van een bredere beweging binnen de MGZ: de juiste cliënt, op het juiste moment, op de juiste plek, samen georganiseerd.

Unieke, intensieve behandeling van traumaklachten bij LVB

Bij Ambiq hebben ze jarenlange ervaring met de zeer intensieve traumabehandeling (ZIT) voor kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking met ingrijpende ervaringen. De jonge cliënten verblijven twee keer vier dagen intern, in een warme, traumasensitieve setting. “Hun spanningsniveau daalt, ze voelen zich veiliger en doen weer beter mee in het dagelijks leven.”

Zeer intensieve traumabehandeling: kortdurend en in een traumasensitieve omgeving

Soms is één sessie per week niet wat iemand nodig heeft. Bij Ambiq behandelen ze kinderen en jongeren met ingrijpende ervaringen, vaak in combinatie met een licht verstandelijke beperking. Het zijn jongeren voor wie een ambulante behandeling niet altijd passend of toereikend is, bijvoorbeeld vanwege de heftigheid aan klachten. 

Juist voor deze groep ontwikkelde Ambiq een unieke aanpak: een korte, maar intensieve traumabehandeling, ingebed in een warme, vertrouwde omgeving. De aanpak van Ambiq combineert twee bewezen effectieve vormen van traumatherapie: imaginaire exposure en EMDR. Daarmee sluiten ze aan bij wat kinderen en jongeren nodig hebben op hun weg naar herstel.

Deze interventies, EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) en IE (Imaginaire Exposure) worden ingezet voor het verwerken van ingrijpende ervaringen. Kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) lopen een groter risico op het meemaken van ingrijpende gebeurtenissen én zijn meer kwetsbaar voor de impact hiervan. 

Hoewel traumabehandeling steeds bekender wordt, is de aanpak voor kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking nog niet vanzelfsprekend. Het vraagt om een afgestemde manier van werken. “In de therapie sluit je aan bij het niveau en de belevingswereld van de jongere. Dat kan soms betekenen dat de sessies korter zijn, met veel visuele ondersteuning en in ons geval in een traumasensitieve setting,” zegt Sonja Kastelein, regiebehandelaar bij Ambiq.

Opname in een traumasensitieve omgeving
“De jongeren verblijven twee keer vier dagen bij ons,” vertelt Sonja. “Ze hebben overdag een vast programma, slapen op locatie en gaan in het tussenliggende weekend naar huis. Bij jongere kinderen gaat een ouder of andere steunfiguur mee.”

De behandelomgeving is bewust huiselijk ingericht, met een gezellige huiskamer en vaste begeleiders. “We willen dat jongeren zich hier snel veilig voelen,” legt regiebehandelaar Jorien van Dijk uit. “Dat is essentieel om echt aan de slag te kunnen.”

Ingrijpende ervaringen die diep doorwerken in gedachten en gedrag
De jongeren die voor deze behandeling in aanmerking komen, hebben vaak ingrijpende dingen meegemaakt. “We praten niet over lichte stress,” zegt Sonja. “Het gaat om jongeren met traumaklachten vanwege mishandeling, verwaarlozing, seksueel misbruik – gebeurtenissen die diep doorwerken in hun leven. Dat zie je terug in hun klachten: nachtmerries, herbelevingen, slecht slapen, boosheid of woede-uitbarstingen, zelfbeschadiging, zich terugtrekken.”

“Een ambulant traject, waarbij je één of twee keer per week een therapiesessie hebt, is dan niet altijd het meest passend voor deze jonge mensen,” zegt Jorien. “Met de zeer intensieve behandelvorm die wij aanbieden, kunnen we veel sneller tot de kern komen en soms is dat precies wat er nodig is.”

EMDR, imaginaire exposure en beweging
“Tijdens de vierdaagse therapieweek krijgen de kinderen en jongeren ’s ochtends therapie op basis van imaginaire exposure (een vorm van cognitieve gedragstherapie, waarbij je gedetailleerd je herinneringen beschrijft, om ze minder beladen te maken) en ’s middags op basis van EMDR. Daarnaast is er ruimte voor ontspanning, structuur en activatie, zoals beweging of creatieve activiteiten. Dit gebeurt allemaal in de aanwezigheid van de begeleider, die vanuit een ‘traumabril’ kijkt. Dat totaalpakket maakt het zo krachtig.”

De samenwerking tussen begeleiding en behandeling is hierin cruciaal. Er is een nauwe overdracht tussen de therapeuten en de begeleiders op de groep, zodat iedereen nauw betrokken is bij het proces. Jorien: “Een jongere heeft bijvoorbeeld EMDR gehad over een traumatische ervaring op school. Dan is het belangrijk dat de begeleiders die de jongere dagelijks zien, weten wat er speelt en hoe ze kunnen ondersteunen.”

Sonja: “We hebben geleerd hoe belangrijk het is om de betrokkenen goed mee te nemen in wat er gebeurt. Daarom geven we uitleg over trauma: wat het is, waarom behandeling nodig is en hoe zij de jongere kunnen ondersteunen. Op die manier voelen ook ouders, begeleiders en andere betrokkenen zich onderdeel van het proces, wat de effectiviteit van de behandeling vergroot.”

De kracht van korte lijnen en vertrouwen
Binnen het team van Ambiq zijn de lijnen kort. “We stemmen continu af,” zegt Jorien. “Dat is ook nodig, want het gedrag van de jongeren kan voor hun omgeving soms moeilijk te begrijpen zijn. Wij proberen juist te kijken naar wat er onder dat gedrag zit: de gedachten, gevoelens en ervaringen die iemand met zich meedraagt.”

“Het vertrouwen in elkaar én in de jongeren is de sleutel,” zegt Sonja. “We geloven dat herstel na ingrijpende ervaringen mogelijk is. En we laten zien dat we dat vertrouwen hebben.”

Echt iets in beweging zetten
De resultaten zijn hoopgevend. De kinderen en jongeren voelen zich veiliger, hun gedrag verandert en ze kunnen weer beter meedoen in het dagelijks leven. “Door intensief te werken, zet je in korte tijd echt iets in beweging,” zegt Jorien. “En dat is precies wat deze jongeren nodig hebben. Zo zien we bijvoorbeeld cliënten die eerst nachtmerries hadden, maar nu weer doorslapen. Of iemand durft ineens weer naar buiten, terwijl hij dat eerst weken niet kon. Maar ook kleinere veranderingen maken het verschil: minder gespannen zijn, beter contact kunnen maken, meer regie voelen.”

“Kortom, het totaalpakket – exposure, EMDR, activatie en een traumasensitieve omgeving – helpt jongeren om weer stappen vooruit te zetten,” vertelt Jorien. “En soms zijn dat maar hele kleine stapjes, maar wel stapjes die het verschil maken voor de toekomst.”

Regio Zwolle
Govert Flinckstraat 31
9021 ET Zwolle

Regio Drenthe
Lauwers 17
9405 BL Assen

Samen maken we de zorg in de regio toekomstbestendig. G-AAN brengt partijen bij elkaar die willen samenwerken, experimenteren en innoveren.

Naar contactformulier

Blijf als eerste op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief