Rust in de nacht door regionale aanrijdteams
Het begon met een probleem dat steeds nijpender werd. Huisartsen trokken zich stap voor stap terug uit de zorg voor cliënten in de Wlz. Vooral in de avond, nacht en het weekend werd het steeds lastiger om passende medische zorg te organiseren. Voor begeleiders en organisaties leidde dat tot onzekerheid, extra druk en soms tot oplossingen die eigenlijk niet logisch voelden.
“We zagen dat iedereen worstelde met dezelfde vraag,” vertelt Yvonne Kremer, projectleider Medisch Generalistische Zorg bij G-AAN. “Wat doen we als er iets gebeurt buiten kantooruren? En wie bel je dan eigenlijk?”
Samen vinden we een oplossing
In de regio Zwolle besloten gehandicaptenzorgorganisaties het probleem niet langer individueel te benaderen. In plaats daarvan gingen zij samen aan tafel. Niet met de ambitie om meteen een groots model neer te zetten, maar om eerst scherp te krijgen waar het écht misging. Al snel werd duidelijk: het probleem zat niet alleen in capaciteit, maar vooral in de manier waarop zorgvragen werden beoordeeld en opgeschaald.
De eerste doorbraak was de gezamenlijke triage. Waar voorheen iedere organisatie een eigen verpleegkundige bereikbaarheidsdienst had, werd nu regionaal bekeken wat er nodig was. “Dat was een enorme omslag,” zegt Yvonne. “Voor het eerst gingen we werken volgens het step-care-principe: pas opschalen als dat ook echt logisch is.”
De eerste mijlpaal: twee regionale aanrijdteams
In december 2024 volgde de volgende stap: de start van twee regionale aanrijdteams, met daarin verpleegkundigen die ingezet worden voor meerdere organisaties in de regio. Niet als vervanging van bestaande zorg, maar als gerichte aanvulling.
Het effect liet niet lang op zich wachten. Dankzij goede triage en duidelijke urgentiecodes rijden verpleegkundigen alleen uit als hun expertise nodig is. Ze krijgen vooraf heldere informatie over de cliënt, locatie en handeling. “Als ze nu op pad gaan, weten ze precies waarom,” vertelt Yvonne. “Dat voorkomt onnodige ritten en scheelt enorm in belasting.”
Centrale triage en daadkrachtige samenwerking
De aanrijdteams werken volgens het step-care-principe. Zorgvragen worden eerst beoordeeld via een centrale triage en alleen wanneer verpleegkundige inzet echt iets toevoegt, rijdt een team uit. Dat voorkomt onnodige inzet en maakt het mogelijk om met beperkte capaciteit toch bereikbare zorg te organiseren. “Je wilt geen verpleegkundigen laten rijden omdat het ‘zo hoort’,” zegt Yvonne. “Ze moeten op pad gaan omdat het logisch is.”
Vanaf de start is gekozen voor een stevige samenwerkingsstructuur. Maandelijks komen de betrokken organisaties bijeen in een projectgroep, met aan tafel managers die mandaat hebben om besluiten te nemen. Die manier van werken blijkt essentieel. “Als we iets signaleren, kunnen we vaak dezelfde dag nog bijsturen,” vertelt Yvonne. “Zo blijven we niet hangen in goede bedoelingen waarop geen actie volgt.”
Kwaliteit staat centraal
Om aan de groeiende vraag te voldoen, is het aanrijdgebied inmiddels verruimd van dertig naar vijfenveertig minuten. Die keuze is bewust gemaakt. Spoedsituaties blijven leidend; planbare zorg krijgt ruimte. “We zagen dat we met de huidige productiviteit die zorgvraag aankunnen,” licht Yvonne toe. “Dan durf je ook iets op te rekken, zonder dat het ten koste gaat van kwaliteit.”
Tegelijkertijd blijft het uitgangspunt dat zorg regionaal wordt georganiseerd, niet centraal. In andere gebieden ontstaan vergelijkbare MGZ-samenwerkingen. Voor G-AAN is dat geen bedreiging, maar een logische ontwikkeling. “Wij delen graag onze ervaringen en onze aanpak,” zegt Yvonne, “maar het eigenaarschap moet bij de regio zelf blijven.”
Ook winst voor verpleegkundigen: weer de meer de inhoud in
“Als je een verpleegkundige vraagt waarom hij of zij voor dit vak heeft gekozen, dan hoor je vaak hetzelfde,” zegt Yvonne. “Het gaat om het vak. Om handelingen uitvoeren, klinisch redeneren, verantwoordelijkheid dragen. Dat kwam in veel organisaties te weinig terug.”
De aanrijdteams brengen daar verandering in, omdat verpleegkundigen worden ingezet wanneer hun expertise daadwerkelijk nodig is: bij onverwachte situaties, bij minder vaak voorkomende of complexere handelingen en bij het overdragen van kennis aan begeleiders.
Een belangrijk onderdeel van die werkwijze is het scholen van begeleiders in de praktijk. Als een cliënt bijvoorbeeld na een ziekenhuisopname thuiskomt met nieuwe verpleegkundige zorg, leren verpleegkundigen van het aanrijdteam begeleiders hoe zij die zorg zelf kunnen uitvoeren. “Niet in een klaslokaal en niet op een oefenpop,” zegt Yvonne, “maar bij de cliënt zelf. Dat is veel effectiever.”
Meer afwisseling, uitdaging, regie en een grotere bekwaamheid
Daarnaast krijgen verpleegkundigen een grotere rol in kwaliteit van zorg. Doordat zij regelmatig op verschillende locaties komen, zien ze wat er speelt op de werkvloer. Ze adviseren over medicatieveiligheid, hygiëne en infectiepreventie en vormen zo een schakel tussen beleid en praktijk. “Ze zijn eigenlijk onze ogen en oren in het primaire proces.”
Die herpositionering van het vak heeft zichtbaar effect. Verpleegkundigen ervaren meer regie, meer afwisseling en meer inhoudelijke uitdaging. Dat vertaalt zich in meer werkplezier en een grotere bereidheid om in de gehandicaptenzorg te blijven werken. Vacatures blijken makkelijker te vervullen, juist omdat het perspectief duidelijker is.
Om die professionalisering verder te versterken, wordt gewerkt aan aanvullende scholing. Verpleegkundigen leren daarbij ook hoe zij collega’s van andere organisaties kunnen toetsen en begeleiden, op een objectieve manier. “Dat verhoogt de kwaliteit,” legt Yvonne uit, “maar ook het gevoel van vakmanschap.”
Volgens haar is dat essentieel voor de toekomst van de zorg: “Als we willen dat verpleegkundigen blijven, moeten we ze ook echt de ruimte geven om verpleegkundige te zijn. Deze manier van werken helpt daarbij.”

