Expertisenetwerk VG en verslaving: nieuwe inzichten over triple-problematiek

Vier zorgorganisaties in Groningen, Alliade, De Zijlen, Vanboeijen en Trajectum, bundelden vanaf 2023 hun kennis over cliënten met een verstandelijke beperking in combinatie met verslavingsproblematiek. Met VNN als inhoudelijk expert bouwden zij aan een netwerk van aandachtsfunctionarissen die casuïstiek bespraken en elkaar trainden.

Wat leverde dat op?
Het netwerk startte in oktober 2023 met een lancering voor ruim 120 collega’s van de betrokken organisaties. Er kwam een opleidingsprogramma Motiverende Gespreksvoering VG & Verslaving, met een train-de-trainer-aanpak die andere organisaties inmiddels zelf verder brengen.

Een nieuwe, scherpere vraag
Gaandeweg bleek de praktijk anders te liggen dan bij de start gedacht: verslavingsproblematiek speelt vooral bij cliënten met een lichte verstandelijke beperking, niet bij de doelgroep waarvoor het netwerk oorspronkelijk was opgezet. Waar wél een duidelijk gat zit: cliënten met een combinatie van verstandelijke beperking, psychische kwetsbaarheid én verslaving tegelijk: triple-problematiek dus. Voor deze groep ontbreekt nu een vaste plek waar organisaties gezamenlijk een passende route kunnen uitstippelen.

Hoe nu verder?
Binnen G-AAN Groningen staat een mogelijk vervolg rond de triple-problematiek momenteel op pauze. De resultaten van dit project vormen echter een stevige basis voor verdere samenwerking. Op basis van de verkenning met partners als GGZ Drenthe en VNN wordt in 2027 besloten of en hoe we hier een vervolg aan gegeven. Daarmee ronden we het project Expertise Toevoegen af, met waardevolle opbrengsten én een helder zicht op een volgende stap voor de regio.

Gezamenlijke nachtzorg: veiliger, persoonlijker en met lagere werkdruk

In Veendam werken De Bruggen en Cosis sinds 2023 samen aan een nieuwe manier van nachtzorg voor bewoners van Beschermd Wonen-locaties. Waar elke organisatie eerst los haar eigen nachtelijk toezicht regelde, is dat nu gezamenlijk ingericht: een zorgbeveiliger loopt tussen de locaties, en waar nodig is een slaapwacht of nachtagoog beschikbaar. Zo blijft de zorg persoonlijk en veilig, terwijl minder personeel hoeft te worden ingezet voor diensten die medewerkers vaak als zwaar ervaren.

Waarom dit project?
De nachtelijke slaapwachtdienst was voor veel medewerkers onaantrekkelijk, wat leidde tot dure externe inhuur en een dreigend tekort op de langere termijn. De Bruggen en LIMOR — later ook Cosis — besloten het nachttoezicht in Veendam samen te organiseren en anders in te richten.

Wat doen we?
Centrale triage bepaalt telefonisch welke inzet nodig is. Een zorgbeveiliger houdt wakend en preventief toezicht; alleen als het echt nodig is, komt er fysieke ondersteuning bij. Het project startte in 2023 als pilot en laat zien dat samenwerking en slim gebruik van technologie de nachtzorg toekomstbestendiger kunnen maken.

Wat levert het op?
Bewoners voelen zich merkbaar veiliger: het aandeel dat zich ‘s nachts zeer veilig voelt, steeg van 28 naar ruim 62 procent. Medewerkers ervaren minder werkdruk en een duidelijkere rolverdeling. De ervaringen zijn vastgelegd in een handreiking, zodat ook andere regio’s deze aanpak kunnen overnemen.

DigiSaam: samen aan de slag met zorgtechnologie

Zorgtechnologie kan het verschil maken — als je hem op de juiste manier inzet. Binnen DigiSaam werken we sinds 2023 met zorgorganisaties in Groningen aan de invoering van bewezen technologie, zoals beeldschermzorg, domotica en digitale hulpmiddelen. Steeds met hetzelfde uitgangspunt: alleen toepassen als het aantoonbaar iets oplevert, voor cliënt én medewerker.

Waarom dit project?
De zorg staat onder druk: personeelstekorten lopen op, de zorgvraag groeit en de kosten stijgen. Technologie kan daarbij helpen, mits organisaties niet allemaal apart het wiel hoeven uit te vinden. Daarom bundelen we binnen DigiSaam kennis en ervaring van zorgorganisaties en de Technologie & Zorg Academie (TZA).

Wat doen we?
Elke deelnemende organisatie heeft een eigen ambassadeur zorgtechnologie, die ook contact houdt met organisaties die niet rechtstreeks meedoen. Ambassadeurs volgen een gezamenlijke leergang, en elk jaar organiseerden we een symposium; in 2024 kwamen daar zo’n negentig mensen op af. Ook laten we onderzoek doen naar wat werkt en wat niet en werken we samen met TZA-Groningen, waarmee we ondertussen een volwaardig partnerschap hebben opgebouwd.

Wat levert het op?
In 2023 vulde 76 procent van de zeventien zorgorganisaties in de regio een vragenlijst in; elf daarvan bleken bereid tot verdere samenwerking. Een vervolgmeting in 2024 ging dieper in op thema’s als de samenwerking met TZA, onderlinge samenwerking tussen organisaties en investeringen in technologie.

Samen optrekken: cliënt en netwerk als partners in de zorg

Goede zorg stopt niet bij de deur van de zorgorganisatie. Familie, vrienden en vrijwilligers spelen vaak een net zo belangrijke rol in het leven van een cliënt als de professionals om hen heen. Vijf zorgorganisaties in Groningen — Sprank, De Zijlen, Cosis, Profila Zorggroep en Vanboeijen — zoeken binnen SamenOptrekken uit hoe die twee werelden elkaar beter kunnen versterken.

Waarom dit project?
Er komen minder handen aan het bed, terwijl de zorgvraag blijft groeien. Cliënten die kunnen terugvallen op een eigen netwerk, hebben daar merkbaar baat bij. SamenOptrekken zet daarom in op een cultuurverandering: niet automatisch alles overnemen van cliënt en netwerk, maar samen bekijken wat nodig is en wie welke rol pakt.

Wat doen we?
Sinds begin 2025 wisselen de organisaties in leertafels kennis en ervaringen uit. Ook zijn er rondetafelgesprekken geweest met verwanten, begeleiders en landelijke belangenorganisaties, zoals Sien, KansPlus en Helpende Handen. Daarnaast bouwen we aan een online leertraject voor medewerkers, verwanten en vrijwilligers, met aandacht voor kennis, vaardigheden én houding.

Wat leverde dat tot nu toe op?
Samenwerken met het netwerk voelt voor begeleiders soms spannend — denk aan de angst om iets fout te doen. Door dat bespreekbaar te maken, ontstaat ruimte voor een eerlijk gesprek over wat samenzorg in de praktijk betekent. Verwanten en vrijwilligers vragen op hun beurt vooral om duidelijkheid, vertrouwen en goede informatie. Deze inzichten vormen de basis voor het leertraject dat eind 2026 wordt opgeleverd.

SamenOptrekken loopt door tot eind 2026. Daarna bepalen de deelnemende organisaties samen of en hoe de aanpak structureel wordt voortgezet.

LeerSaam: stevig staan, verbindend werken

Hoe blijf je als medewerker stevig staan én verbindend werken, als je dagelijks te maken hebt met cliënten met complexe, meervoudige problematiek? Die vraag staat centraal in LeerSaam, een samenwerking tussen Cura XL, Humanitas DMH, Omega-groep en Cosis, met onderwijspartner DNA Next (Alfa-college, Noorderpoort, Drenthe College).

Waarom dit project?
Cliënten met een verstandelijke beperking in combinatie met gedragsproblemen, verslaving of psychiatrische kwetsbaarheid hebben intensieve, integrale zorg nodig. Maar steeds minder medewerkers hebben de brede kennis en ervaring om deze doelgroep goed te begeleiden. LeerSaam ontwikkelde daarom het mbo-keuzedeel ‘Stevig staan, verbindend zijn’: een leertraject waarin medewerkers niet in de eerste plaats methodieken aanleren, maar zichzelf leren kennen als hun belangrijkste instrument.

Wat levert het op?
Het keuzedeel heeft een officiële SBB-erkenning. Twee groepen deelnemers hebben het inmiddels afgerond: de eerste in 2025 (vijftien deelnemers uit zeven organisaties), de tweede in juni 2026. Er is ook een e-learning ontwikkeld die deelnemers voorbereidt op de lesdagen. Een aantal keer heeft LeerSaam bovendien een symposium georganiseerd waar deelnemers, collega’s en gastsprekers ervaringen en inzichten delen; het meest recente symposium trok tachtig deelnemers.

De werving voor een derde groep, die in november 2026 start, is in volle gang.verslavinf

Samen de nacht door: kwetsbare nachtzorg vraagt om regionale slagkracht

Binnen de gehandicaptenzorg wordt het organiseren van nachtzorg steeds complexer. De nacht is een kwetsbare periode: er is minder personeel aanwezig, waardoor snelle en passende inzet cruciaal is.

Arbeidsmarktkrapte, stijgende kosten en een complexere zorgvraag maken dat de organisatie van nachtzorg per individuele aanbieder steeds minder houdbaar is. Om die reden hebben de bestuurders van Careander, Philadelphia en ’s Heeren Loo in de regio Noordwest-Veluwe de handen ineengeslagen. Samen onderzoeken zij hoe samenwerking in de nacht de continuïteit, kwaliteit en doelmatigheid van de zorg kan borgen.

Terry Brouwer, bestuurder van Careander, is nauw betrokken bij het initiatief. Zij ziet de urgentie dagelijks toenemen. “In de nacht zie je dat de zorg door de arbeidsmarktproblematiek vaak nog veel kwetsbaarder wordt. We gaan het op de lange termijn simpelweg niet meer redden om dit allemaal individueel te organiseren. De urgentie is dus groot.”

En het gaat nog om meer: “Uiteindelijk willen we een model waarin we sneller passende zorg kunnen bieden, elkaars expertise beter benutten en elkaar in de nacht kunnen bijstaan bij calamiteiten. Dat maakt de zorg niet alleen doelmatiger, maar vooral ook veiliger voor cliënten én voor onze medewerkers.”

De noodzaak van nabijheid
In de regio Noordwest-Veluwe is al eerder ervaring opgedaan met initiatieven zoals de Veluwse avond- en nachtzorg, maar die richten zich voornamelijk op de ambulante doelgroep. Dit nieuwe project heeft een heel andere, specifieke focus: de GZ-verblijfszorg. Het gaat hierbij om locaties waar fysieke aanwezigheid en actieve zorgverlening in de nacht noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld voor algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) of medicatietoediening.

“Dit initiatief is op dit moment echt gericht op de niet-ambulante zorg,” legt Terry uit. “Ambulante teams kunnen veel vragen telefonisch of digitaal afhandelen, of er kan bij een crisis een aanrijdteam worden georganiseerd. Maar hier gaat het over mensen die in de nacht structureel nabijheid nodig hebben. Dit zijn cliënten die bijvoorbeeld moeilijk te vervoeren of immobiel zijn.”

“Die doelgroep blijft bestaan, ook al is de landelijke trend en het inkoopbeleid voor 2027 sterk gericht op ambulantisering. Voor hen is het geen kwestie van wel of niet ambulantiseren, maar van een zorgvraag die simpelweg anders blijft. Ook voor deze cliënten is de nacht er in de eerste plaats om te slapen, en daarom willen we hen ook de fysieke en psychosociale veiligheid en geborgenheid bieden die daarbij hoort.”

Op dit moment is de inrichting van die zorg erg versnipperd en daardoor kwetsbaar. “Je kunt je afvragen of het nodig is dat er in de nacht, binnen een straal van een paar kilometer, bij elke organisatie standaard twee medewerkers als achterwacht beschikbaar zijn,” schetst Terry de huidige situatie. “Grote terreinen hebben vaak zwerfwachten die van locatie naar locatie gaan, maar voor kleinere, losse locaties is het heel kwetsbaar. Want wat doe je bij ziekte, of bij een calamiteit? Hoe snel weet je elkaar dan te vinden in de nacht?”

Klein beginnen voor echte slagkracht
De samenwerking start bewust kleinschalig in de regio Noordwest-Veluwe. Door eerst met drie partijen in een afgebakend geografisch gebied te beginnen, blijft het project behapbaar en is er direct slagkracht. “Het is geen groot papieren project dat we van bovenaf naar de praktijk brengen,” benadrukt Terry. “Het gaat erom: wat speelt zich hier in de praktijk af en hoe kunnen we dat met elkaar borgen? Juist door het klein te houden, kunnen we snel schakelen. In een later stadium kunnen andere organisaties ook aansluiten.”

Onder leiding van projectleider Ingrid Doezeman, bevindt het project zich momenteel in de onderzoeksfase. In deze eerste fase wordt de huidige situatie grondig geanalyseerd: hoe is de nachtzorg nu ingericht, welke cliënten wonen er, hoe wordt er uitgeluisterd en wat zijn de HR-aspecten en personele roosters?

Op basis van die inventarisatie worden een aantal realistische samenwerkingsscenario’s uitgewerkt en getoetst op hun organisatorische en financiële haalbaarheid. Na een bestuurlijk besluitmoment over het voorkeursmodel start in het najaar de daadwerkelijke realisatiefase in de Noordwest-Veluwe. Pas na een gedegen evaluatie wordt bekeken of en hoe dit model ‘copy-paste’ kan worden toegepast en opgeschaald naar de regio Zwolle.

Spanningsvelden in de praktijk
Hoewel iedereen de logica van samenwerken inziet, brengt een dergelijk verandertraject ook de nodige spanningen met zich mee. Het vraagt immers van organisaties dat zij bereid zijn over de eigen grenzen heen te kijken en bestaande werkwijzen los te laten.

“Samenwerken klinkt logisch en we ervaren allemaal dezelfde problemen, dus de bereidheid is er,” vertelt Terry. “Het wordt pas spannend als er echt iets verandert in de dagelijkse werkwijze. Medewerkers moeten straks misschien hun vaste gewoontes loslaten, of in de nacht naar een cliënt toe van een andere organisatie, die ze minder goed kennen. Dat zijn heel reële praktijkzaken, daarom is het belangrijk om deze samen met medewerkers goed door te spreken in de ontwerpfase en de voorbereiding op de nieuwe werkwijze.’

Om die reden is het zorgvuldig meenemen van medewerkers vanaf dag één een harde randvoorwaarde. Het projectteam wordt daarom gevuld door teammanagers van de drie organisaties, die de directe verbinding leggen met de locaties, de cliënten en de medezeggenschap. Ook externe partners, zoals de brandweer – met het oog op brandveiligheid en evacuatie in de nacht – worden nauw betrokken.

Daarnaast spelen er achter de schermen complexe, aanpalende processen. “Denk aan domotica. Sluiten de systemen van de verschillende organisaties wel op elkaar aan en kunnen we technologie centraal organiseren? En hoe richten we de toegang tot de elektronische cliëntendossiers (ECD’s) en de privacy in?”

Een duurzame stip op de horizon
Het uiteindelijke doel van het project is een toekomstbestendig en eenduidig model, waarin regie, rollen en verantwoordelijkheden tussen de zorgaanbieders glashelder zijn vastgelegd. Dat zorgt niet alleen voor een doelmatigere inzet van schaars personeel, maar versterkt direct de kwaliteit en de veiligheid van de zorg in de kwetsbare nachtelijke uren.

Dat het project financieel en procesmatig wordt ondersteund vanuit de regioaanpak G-AAN Zwolle, is volgens Terry een onmisbare stimulans. “Het helpt enorm dat er vanuit G-AAN middelen beschikbaar worden gesteld en dat er een projectleider is die faciliteert, agendeert en partijen samenbrengt. Het is in de dagelijkse praktijk, de going concern, ontzettend lastig om zelf die capaciteit vrij te spelen.”

Terry hoopt dat dit kleine project de opmaat is naar iets veel groters. “We streven naar een duurzame oplossing voor de lange termijn. Door dit project leren we elkaar in de regio echt kennen, en we zien dat waar mensen intensief samenwerken, er vaak ook op andere onderwerpen mooie dingen ontstaan. We kunnen veel van elkaar leren. Bovendien kan dit een enorme boost geven aan onze technologische ontwikkeling, wat er misschien wel toe leidt dat we in de toekomst naar één regionaal domoticasysteem toewerken. Het begint klein, maar het kan heel groot en betekenisvol uitpakken.”

Twee werelden, één cliënt: samenwerking GZ-GGZ

Cliënten met een licht verstandelijke beperking en (ernstige) psychische problemen vallen te vaak tussen wal en schip. In de regio Zwolle gaan de gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg nu structureel samenwerken om dat te veranderen.

Wie bij de gehandicaptenzorg aanklopt met GGZ-problematiek, of bij de GGZ met een verstandelijke beperking, merkt het al snel: het systeem is niet op hen gebouwd. Financieringsstromen lopen langs elkaar heen, behandelmethoden zijn ontwikkeld voor mensen met een gemiddeld IQ, en als er al samenwerking ontstaat, hangt die af van individuele zorgprofessionals. Bovendien is er niet altijd voldoende expertise in huis en mogelijkheid om op te schalen bij crisis.

Esther Liefers, bestuurder bij Baalderborg Groep en bestuurlijk trekker van het nieuwe project vanuit de gehandicaptenzorg, herkent het probleem goed. “Systemen denken nog heel erg in kolommen. De GGZ heeft met de zorgverzekering te maken, de gehandicaptenzorg met het zorgkantoor of de WMO. Dat zijn andere geldstromen, en die belemmeren een natuurlijke beweging.” Tegelijkertijd weet ze dat er aan dat financieringssysteem op korte termijn weinig te veranderen valt. “Dat wiel kunnen we niet snel aan het draaien krijgen. Laten we ons richten op de inhoud: wat zien we aan vraagstukken, en hoe kunnen we elkaar daar beter op vinden?”

Een groep die groeit
De populatie cliënten waarbij de twee werelden elkaar nodig hebben, is groter dan veel mensen beseffen, en neemt bovendien toe. Mensen met een licht verstandelijke beperking wonen steeds vaker zelfstandig of in geclusterde woonvormen, met ambulante ondersteuning. Ze maken deel uit van de maatschappij, maar die maatschappij is er niet altijd op afgestemd. “De druk op allerlei vlakken is hoog,” zegt Esther. “En deze groep is gevoelig voor mentale problemen.”

Als het misgaat, lopen professionals vast. Cognitieve therapieën zijn ontwikkeld voor mensen met een gemiddeld IQ en goede verbale vaardigheden. Iemand met een licht verstandelijke beperking kan goed overkomen in een gesprek, maar het aangebodene moeilijk internaliseren. Over het ‘verkennend gesprek’ dat als eerste stap in een behandeltraject dient, zegt Esther: “Ik weet zeker dat een groot deel van deze populatie al snel denkt: waar gaat het hier over? Hier heb ik niks aan. Ik loop weg.”

De gehandicaptenzorg is sterk in het bieden van ondersteuning in het dagelijks leven, maar onvoldoende toegerust voor psychiatrische behandeling. “De gehandicaptenzorg is van oudsher goed in het sociale klimaat ondersteunen,” zegt Esther. “Maar in de behandeling van mentale problemen niet. En die combinatie heb je wél nodig.”

Van persoonlijk netwerk naar structuur
Als behandelaren elkaar weten te vinden, een orthopedagoog en een psychiater die elkaar kennen en vertrouwen, dan loopt het wel. Dat is ook precies het probleem. “Het is zo persoonsafhankelijk,” zegt Esther. Zodra iemand vertrekt of de samenwerking om een andere reden stokt, begint het zoeken opnieuw.

Het project Versterking samenwerking GZ-GGZ wil daar verandering in brengen. Niet door het financieringssysteem te hervormen – dat valt buiten scope – maar door langs de inhoud te werken aan iets wat duurzamer is: hoe organiseren we de samenwerking tussen GZ en GGZ zó dat cliënten sneller, beter en meer samenhangend worden ondersteund?

Projectleider Ingrid Doezeman begeleidt het traject. De eerste fase richt zich op verkenning: welke knelpunten, positieve ervaringen en succesfactoren leven er bij GZ- en GGZ-aanbieders in de regio, wat zijn elders goede voorbeelden, en welke samenwerkingsvormen zijn hier haalbaar?

Aan het einde van 2026 moet er een gedragen analyse van de knelpunten liggen en een roadmap met de mogelijkheden voor het versterken van de samenwerking. Daarnaast is het doel om voor het einde van het jaar één of twee concrete initiatieven geïmplementeerd te hebben.

Wat G-AAN hieraan bijdraagt
Het project valt binnen de programmalijn Expertise toevoegen van G-AAN. Esther waardeert die inbedding. “Binnen G-AAN blijft het niet bij bestuurlijk gepraat en goede voornemens. We gaan echt naar concretisering, en dat helpt.”

Want als we dit anders willen regelen, dan moet er wel wat veranderen. “We hebben met elkaar een verantwoordelijkheid te dragen,” zegt Esther. “En die moeten we uit gezamenlijkheid invullen.”

Van signaal tot behandeling: zo veelzijdig is de verpleegkundige in de gehandicaptenzorg

Waar gaat jouw verpleegkundig hart sneller van kloppen? Is het van de betekenisvolle band met je cliënten of juist van acute zorg leveren en snel schakelen? Van coördineren en teams verbinden, richting geven aan de kwaliteit van zorg of zelf diagnoses stellen en behandelen? In de gehandicaptenzorg kan het allemaal. Wie hier als verpleegkundige gaat werken, heeft een wereld te ontdekken.

Vorige keer lieten we zien dat de gehandicaptenzorg verpleegkundigen meer te bieden heeft dan veel mensen denken. Een sleutelrol, volop ruimte om te groeien, en een vak dat nooit stilstaat. Deze keer nemen we je mee langs de verschillende rollen en aandachtsgebieden. Want wie ben jij, en waar past jij het best?

De juiste professional op het juiste moment
De rol van de verpleegkundige in de gehandicaptenzorg verandert: van directe zorg aan de cliënt naar verbinden, coördineren en behandelen. Veel verpleegtechnische handelingen kunnen goed worden uitgevoerd door verzorgenden en begeleiders. Daardoor komt jouw medische kennis vrij voor andere rollen in het zorgproces: ondersteunen, beoordelen, organiseren en behandelen. Tegelijk ontlast deze nieuwe inzet van verpleegkundigen de huisarts en de arts VG.

“Niet zo heel lang geleden was je als verpleegkundige in de gehandicaptenzorg gewoon de begeleider met een verpleegkundige taak ernaast” – Projectleider P&O Frion – Baalderborg

Hoe die expertise wordt ingezet, verschilt per doelgroep. Bij cliënten met ernstig meervoudige beperkingen is een verpleegkundige altijd dichtbij; voor cliënten met een lichte verstandelijke beperking die zelfstandig wonen, ligt dat anders. Passende zorg begint dus bij de vraag: wie heeft wat nodig, en wanneer?

Zeven rollen, vijf aandachtsgebieden In onze studie naar het vak kwamen we zeven rollen tegen. Niet elke organisatie zet ze allemaal in, maar samen geven ze een volledig beeld van de loopbaankansen in de sector. Geen enkele rol is meer of minder dan de andere: het gaat erom welke bij jou past.

“De functie die ik heb is nog vrij nieuw en voelt soms als pionieren. Je moet écht op zoek: wat wordt er van me verwacht, hoe kan ik deze functie zo goed mogelijk invullen?” — een verpleegkundige bij Philadelphia

Van signaal tot behandeling
Elke zorgvraag begint klein. Een begeleider merkt iets op bij een cliënt: iets in het gedrag, iets in de lichamelijke gezondheid. Vanaf dat moment doorloopt de zorgvraag een aantal stappen in het zorgproces, en jij kunt bij elke stap een rol spelen.

Dicht bij de cliënt werkt de locatieverpleegkundige. Je merkt vaak als eerste dat er iets verandert, coacht begeleiders en vertaalt medische adviezen naar de dagelijkse praktijk. “Het is heel erg zoeken naar de vraag achter de vraag,” vertelt een locatieverpleegkundige. Cliënten kunnen niet altijd woorden geven aan wat er speelt. Dat maakt dit werk een dagelijkse puzzel.

Vraagt een situatie om expertise ter plekke, dan rukt de verpleegkundige van het aanrijdteam uit en levert acute zorg. De triageverpleegkundige werkt juist op afstand: als eerste medische aanspreekpunt beoordeel je de urgentie, geef je advies en breng je rust in noodsituaties, vaak nog voordat een arts eraan te pas komt.

Houd je van overzicht en verbinding? Als gebiedsverpleegkundige ben je het aanspreekpunt bij complexe vragen over locaties heen. Als regieverpleegkundige geef je richting: je coördineert, coacht en stuurt op kwaliteit van zorg. Terwijl je als kwaliteitsverpleegkundige beleid ontwikkelt, bijvoorbeeld rond medicatieveiligheid en infectiepreventie. Dat beleid vertaal je vervolgens naar praktische werkwijzen voor je collega’s.

En dan is er nog de verpleegkundig specialist: de rol met de meeste medische zelfstandigheid. Je stelt behandelplannen op, beoordeelt en behandelt zelfstandig, en staat als volwaardig behandelaar naast de arts.

Groeien in elke richting
Waar jouw ambities als verpleegkundige ook liggen: in de gehandicaptenzorg kun je vanuit verschillende aandachtsgebieden het vak benaderen en groeien. Dat maakt het werk interessant en dynamisch. Binnen G-AAN maken we deze loopbaankansen zichtbaar en bereikbaar. Wil je meer weten over jouw kansen in de gehandicaptenzorg? Kijk dan eens op de website van Werken in de gehandicaptenzorg.

Nieuwe rollen en meer kansen voor verpleegkundigen in de gehandicaptenzorg

De gehandicaptenzorg biedt verpleegkundigen inhoudelijk rijke rollen en een loopbaanpad dat alle kanten op kan. Van triage en directe zorg, tot regie, kwaliteit en behandeling. Toch weten veel verpleegkundigen dat nog niet. G-AAN wil daar verandering in brengen.

Als verpleegkundige in de gehandicaptenzorg beoordeel je zorgvragen, adviseer je, handel je en schaal je op waar nodig. Je vervult een sleutelrol tussen de dagelijkse en de medische zorg, en dat maakt het werk inhoudelijk rijker dan veel verpleegkundigen verwachten. Van starter tot specialist liggen er volop rollen: triageverpleegkundige, gebiedsverpleegkundige, kwaliteitsverpleegkundige of verpleegkundig specialist.

“Je bent continu aan het omdenken. Het is een puzzel die je op moet lossen om uiteindelijk tot de beste zorg te komen,” vertelt een gebiedsverpleegkundige.

Stepped care: de juiste zorg op het juiste moment
Door binnen G-AAN een aantal diensten anders te organiseren, maken we die rollen heel concreet. Met verpleegkundige triage beoordeel je zorgvragen sneller, bepaal je de urgentie en kies je de vervolgstap. Zo handelen we een groot deel van de vragen af voordat inzet van een huisarts nodig is. 

Regionale aanrijdteams brengen verpleegkundige expertise bovendien direct naar de plek waar acute zorg nodig is. Soms volstaat advies, soms is observatie nodig, en pas wanneer de situatie daarom vraagt, schalen we op.

Zo organiseren we de hele keten opnieuw: de juiste kennis en kunde op de juiste plek. Dat is stepped care.

Waarom nu deze aanpak?
De Medisch Generalistische Zorg staat onder druk: de zorgvraag stijgt en wordt complexer, terwijl het aantal huisartsen afneemt. Passende zorg organiseren voor een kwetsbare cliëntgroep vraagt om slimmere oplossingen. Stepped care is er één van en verpleegkundigen spelen daarin een onmisbare rol.

Onmisbaar, maar onbekend
Toch weten te weinig verpleegkundigen wat de gehandicaptenzorg te bieden heeft. De sector is voor heel veel mensen onzichtbaar. Als je niemand in je omgeving hebt met een beperking, kom je er eigenlijk niet mee in aanraking. Daar komt bij dat de gehandicaptenzorg tijdens mbo-v- en hbo-v-opleidingen relatief weinig aandacht krijgt.

“Als net afgestudeerde verpleegkundige is de gehandicaptenzorg vrij onbekend. Dan heb je toch vaste richtingen: richting het ziekenhuis of de thuiszorg,” vertelt een verpleegkundige.

Daardoor ontstaat het beeld dat er weinig inhoudelijke uitdaging of professionele ontwikkeling te vinden is. De praktijk laat juist het tegendeel zien.

G-AAN maakt het vak zichtbaar
Die kloof tussen wat het vak biedt en wat verpleegkundigen ervan weten, willen we dichten. Daarom investeren we niet alleen in de transformatie van de zorg, maar starten we ook een initiatief om het werk en de loopbaanmogelijkheden van verpleegkundigen in de gehandicaptenzorg zichtbaar te maken.

Dit is het eerste verhaal in een reeks. De komende tijd laten we zien wat het vak inhoudt, welke rollen er zijn en hoe een loopbaan in de gehandicaptenzorg eruit kan zien. Want wie de gehandicaptenzorg ontdekt, ontdekt een sector waar je ertoe doet en een sleutelrol speelt in de zorg van morgen.

Doorontwikkeling Nederlandse Triage Standaard (NTS)

Goed nieuws: de doorontwikkeling van de Nederlandse Triage Standaard (NTS) voor de gehandicaptenzorg en de verpleging & verzorging gaat weer verder. Zilveren Kruis heeft een oplossing gevonden voor de financiering, waardoor het project alsnog doorgang kan vinden. Eind januari werd het tijdelijk stilgelegd door onzekerheid over de toegezegde subsidie. Die onzekerheid is nu weggenomen.

Voor G-AAN is dit goed nieuws. Als een van de partijen die zich heeft ingespannen om deze uitbreiding mogelijk te maken, kijken we ernaar uit om samen de volgende stappen te zetten.

Triage die past bij wie je bent
Voor circa 400.000 mensen in Nederland — ongeveer 150.000 in de gehandicaptenzorg en 250.000 in de verpleging & verzorging — bestaat nog geen landelijke triagestandaard die echt bij hen past. Dat is een gemis, want deze groep heeft specifieke kenmerken waar standaard triage geen rekening mee houdt. Klachten presenteren zich anders bij ouderen en mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Communicatie verloopt vaak via zorgteams, naasten en mantelzorgers. En behandelafspraken kunnen zowel actief als terughoudend zijn.

Wat een uniforme standaard oplevert
Een passende NTS zorgt voor een betere inschatting van urgentie, efficiëntere inzet van zorgcapaciteit en minder onnodige doorverwijzingen naar de spoedzorg. Cliënten krijgen sneller de juiste hulp, en zorgprofessionals spreken dezelfde taal, of ze nu werken in de wijkverpleging, op een huisartsenpost of in de acute zorg.

Het project sluit ook aan bij bredere landelijke ontwikkelingen, zoals de lopende NZa-experimenten en de zorgcoördinatiecentra die landelijk worden ontwikkeld. Goede triage is een fundament onder al die initiatieven.

Een eenmalige stap, met een structurele ambitie
Zilveren Kruis Zorgkantoor heeft ingestemd met een eenmalige financiering voor de afronding van het project; bij uitzondering, en aansluitend op eerdere investeringen. Daarbij is afgesproken dat structurele financiering van triageprotocollen in principe een verantwoordelijkheid blijft van zorgaanbieders zelf. De stuurgroep hervat de ontwikkeling per direct, samen met veldpartijen. De voortgang wordt periodiek gemonitord.

Het gezamenlijke doel blijft ongewijzigd: een breed gedragen triagestandaard die bijdraagt aan passende zorg voor kwetsbare doelgroepen, nu en in de toekomst.

Regio Zwolle
Van Reeuwijkstraat 50
7731 EH Ommen

Regio Drenthe
Lauwers 17
9405 BL Assen

Regio Groningen
Tolberterstraat 41
9351 BC Leek

Samen maken we de zorg in de regio toekomstbestendig. G-AAN brengt partijen bij elkaar die willen samenwerken, experimenteren en innoveren.

Blijf als eerste op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief