Twee werelden, één cliënt: samenwerking GZ-GGZ

Cliënten met een licht verstandelijke beperking en (ernstige) psychische problemen vallen te vaak tussen wal en schip. In de regio Zwolle gaan de gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg nu structureel samenwerken om dat te veranderen.

Wie bij de gehandicaptenzorg aanklopt met GGZ-problematiek, of bij de GGZ met een verstandelijke beperking, merkt het al snel: het systeem is niet op hen gebouwd. Financieringsstromen lopen langs elkaar heen, behandelmethoden zijn ontwikkeld voor mensen met een gemiddeld IQ, en als er al samenwerking ontstaat, hangt die af van individuele zorgprofessionals. Bovendien is er niet altijd voldoende expertise in huis en mogelijkheid om op te schalen bij crisis.

Esther Liefers, bestuurder bij Baalderborg Groep en bestuurlijk trekker van het nieuwe project vanuit de gehandicaptenzorg, herkent het probleem goed. “Systemen denken nog heel erg in kolommen. De GGZ heeft met de zorgverzekering te maken, de gehandicaptenzorg met het zorgkantoor of de WMO. Dat zijn andere geldstromen, en die belemmeren een natuurlijke beweging.” Tegelijkertijd weet ze dat er aan dat financieringssysteem op korte termijn weinig te veranderen valt. “Dat wiel kunnen we niet snel aan het draaien krijgen. Laten we ons richten op de inhoud: wat zien we aan vraagstukken, en hoe kunnen we elkaar daar beter op vinden?”

Een groep die groeit
De populatie cliënten waarbij de twee werelden elkaar nodig hebben, is groter dan veel mensen beseffen, en neemt bovendien toe. Mensen met een licht verstandelijke beperking wonen steeds vaker zelfstandig of in geclusterde woonvormen, met ambulante ondersteuning. Ze maken deel uit van de maatschappij, maar die maatschappij is er niet altijd op afgestemd. “De druk op allerlei vlakken is hoog,” zegt Esther. “En deze groep is gevoelig voor mentale problemen.”

Als het misgaat, lopen professionals vast. Cognitieve therapieën zijn ontwikkeld voor mensen met een gemiddeld IQ en goede verbale vaardigheden. Iemand met een licht verstandelijke beperking kan goed overkomen in een gesprek, maar het aangebodene moeilijk internaliseren. Over het ‘verkennend gesprek’ dat als eerste stap in een behandeltraject dient, zegt Esther: “Ik weet zeker dat een groot deel van deze populatie al snel denkt: waar gaat het hier over? Hier heb ik niks aan. Ik loop weg.”

De gehandicaptenzorg is sterk in het bieden van ondersteuning in het dagelijks leven, maar onvoldoende toegerust voor psychiatrische behandeling. “De gehandicaptenzorg is van oudsher goed in het sociale klimaat ondersteunen,” zegt Esther. “Maar in de behandeling van mentale problemen niet. En die combinatie heb je wél nodig.”

Van persoonlijk netwerk naar structuur
Als behandelaren elkaar weten te vinden, een orthopedagoog en een psychiater die elkaar kennen en vertrouwen, dan loopt het wel. Dat is ook precies het probleem. “Het is zo persoonsafhankelijk,” zegt Esther. Zodra iemand vertrekt of de samenwerking om een andere reden stokt, begint het zoeken opnieuw.

Het project Versterking samenwerking GZ-GGZ wil daar verandering in brengen. Niet door het financieringssysteem te hervormen – dat valt buiten scope – maar door langs de inhoud te werken aan iets wat duurzamer is: hoe organiseren we de samenwerking tussen GZ en GGZ zó dat cliënten sneller, beter en meer samenhangend worden ondersteund?

Projectleider Ingrid Doezeman begeleidt het traject. De eerste fase richt zich op verkenning: welke knelpunten, positieve ervaringen en succesfactoren leven er bij GZ- en GGZ-aanbieders in de regio, wat zijn elders goede voorbeelden, en welke samenwerkingsvormen zijn hier haalbaar?

Aan het einde van 2026 moet er een gedragen analyse van de knelpunten liggen en een roadmap met de mogelijkheden voor het versterken van de samenwerking. Daarnaast is het doel om voor het einde van het jaar één of twee concrete initiatieven geïmplementeerd te hebben.

Wat G-AAN hieraan bijdraagt
Het project valt binnen de programmalijn Expertise toevoegen van G-AAN. Esther waardeert die inbedding. “Binnen G-AAN blijft het niet bij bestuurlijk gepraat en goede voornemens. We gaan echt naar concretisering, en dat helpt.”

Want als we dit anders willen regelen, dan moet er wel wat veranderen. “We hebben met elkaar een verantwoordelijkheid te dragen,” zegt Esther. “En die moeten we uit gezamenlijkheid invullen.”

Van signaal tot behandeling: zo veelzijdig is de verpleegkundige in de gehandicaptenzorg

Waar gaat jouw verpleegkundig hart sneller van kloppen? Is het van de betekenisvolle band met je cliënten of juist van acute zorg leveren en snel schakelen? Van coördineren en teams verbinden, richting geven aan de kwaliteit van zorg of zelf diagnoses stellen en behandelen? In de gehandicaptenzorg kan het allemaal. Wie hier als verpleegkundige gaat werken, heeft een wereld te ontdekken.

Vorige keer lieten we zien dat de gehandicaptenzorg verpleegkundigen meer te bieden heeft dan veel mensen denken. Een sleutelrol, volop ruimte om te groeien, en een vak dat nooit stilstaat. Deze keer nemen we je mee langs de verschillende rollen en aandachtsgebieden. Want wie ben jij, en waar past jij het best?

De juiste professional op het juiste moment
De rol van de verpleegkundige in de gehandicaptenzorg verandert: van directe zorg aan de cliënt naar verbinden, coördineren en behandelen. Veel verpleegtechnische handelingen kunnen goed worden uitgevoerd door verzorgenden en begeleiders. Daardoor komt jouw medische kennis vrij voor andere rollen in het zorgproces: ondersteunen, beoordelen, organiseren en behandelen. Tegelijk ontlast deze nieuwe inzet van verpleegkundigen de huisarts en de arts VG.

“Niet zo heel lang geleden was je als verpleegkundige in de gehandicaptenzorg gewoon de begeleider met een verpleegkundige taak ernaast” – Projectleider P&O Frion – Baalderborg

Hoe die expertise wordt ingezet, verschilt per doelgroep. Bij cliënten met ernstig meervoudige beperkingen is een verpleegkundige altijd dichtbij; voor cliënten met een lichte verstandelijke beperking die zelfstandig wonen, ligt dat anders. Passende zorg begint dus bij de vraag: wie heeft wat nodig, en wanneer?

Zeven rollen, vijf aandachtsgebieden In onze studie naar het vak kwamen we zeven rollen tegen. Niet elke organisatie zet ze allemaal in, maar samen geven ze een volledig beeld van de loopbaankansen in de sector. Geen enkele rol is meer of minder dan de andere: het gaat erom welke bij jou past.

“De functie die ik heb is nog vrij nieuw en voelt soms als pionieren. Je moet écht op zoek: wat wordt er van me verwacht, hoe kan ik deze functie zo goed mogelijk invullen?” — een verpleegkundige bij Philadelphia

Van signaal tot behandeling
Elke zorgvraag begint klein. Een begeleider merkt iets op bij een cliënt: iets in het gedrag, iets in de lichamelijke gezondheid. Vanaf dat moment doorloopt de zorgvraag een aantal stappen in het zorgproces, en jij kunt bij elke stap een rol spelen.

Dicht bij de cliënt werkt de locatieverpleegkundige. Je merkt vaak als eerste dat er iets verandert, coacht begeleiders en vertaalt medische adviezen naar de dagelijkse praktijk. “Het is heel erg zoeken naar de vraag achter de vraag,” vertelt een locatieverpleegkundige. Cliënten kunnen niet altijd woorden geven aan wat er speelt. Dat maakt dit werk een dagelijkse puzzel.

Vraagt een situatie om expertise ter plekke, dan rukt de verpleegkundige van het aanrijdteam uit en levert acute zorg. De triageverpleegkundige werkt juist op afstand: als eerste medische aanspreekpunt beoordeel je de urgentie, geef je advies en breng je rust in noodsituaties, vaak nog voordat een arts eraan te pas komt.

Houd je van overzicht en verbinding? Als gebiedsverpleegkundige ben je het aanspreekpunt bij complexe vragen over locaties heen. Als regieverpleegkundige geef je richting: je coördineert, coacht en stuurt op kwaliteit van zorg. Terwijl je als kwaliteitsverpleegkundige beleid ontwikkelt, bijvoorbeeld rond medicatieveiligheid en infectiepreventie. Dat beleid vertaal je vervolgens naar praktische werkwijzen voor je collega’s.

En dan is er nog de verpleegkundig specialist: de rol met de meeste medische zelfstandigheid. Je stelt behandelplannen op, beoordeelt en behandelt zelfstandig, en staat als volwaardig behandelaar naast de arts.

Groeien in elke richting
Waar jouw ambities als verpleegkundige ook liggen: in de gehandicaptenzorg kun je vanuit verschillende aandachtsgebieden het vak benaderen en groeien. Dat maakt het werk interessant en dynamisch. Binnen G-AAN maken we deze loopbaankansen zichtbaar en bereikbaar. Wil je meer weten over jouw kansen in de gehandicaptenzorg? Kijk dan eens op de website van Werken in de gehandicaptenzorg.

Nieuwe rollen en meer kansen voor verpleegkundigen in de gehandicaptenzorg

De gehandicaptenzorg biedt verpleegkundigen inhoudelijk rijke rollen en een loopbaanpad dat alle kanten op kan. Van triage en directe zorg, tot regie, kwaliteit en behandeling. Toch weten veel verpleegkundigen dat nog niet. G-AAN wil daar verandering in brengen.

Als verpleegkundige in de gehandicaptenzorg beoordeel je zorgvragen, adviseer je, handel je en schaal je op waar nodig. Je vervult een sleutelrol tussen de dagelijkse en de medische zorg, en dat maakt het werk inhoudelijk rijker dan veel verpleegkundigen verwachten. Van starter tot specialist liggen er volop rollen: triageverpleegkundige, gebiedsverpleegkundige, kwaliteitsverpleegkundige of verpleegkundig specialist.

“Je bent continu aan het omdenken. Het is een puzzel die je op moet lossen om uiteindelijk tot de beste zorg te komen,” vertelt een gebiedsverpleegkundige.

Stepped care: de juiste zorg op het juiste moment
Door binnen G-AAN een aantal diensten anders te organiseren, maken we die rollen heel concreet. Met verpleegkundige triage beoordeel je zorgvragen sneller, bepaal je de urgentie en kies je de vervolgstap. Zo handelen we een groot deel van de vragen af voordat inzet van een huisarts nodig is. 

Regionale aanrijdteams brengen verpleegkundige expertise bovendien direct naar de plek waar acute zorg nodig is. Soms volstaat advies, soms is observatie nodig, en pas wanneer de situatie daarom vraagt, schalen we op.

Zo organiseren we de hele keten opnieuw: de juiste kennis en kunde op de juiste plek. Dat is stepped care.

Waarom nu deze aanpak?
De Medisch Generalistische Zorg staat onder druk: de zorgvraag stijgt en wordt complexer, terwijl het aantal huisartsen afneemt. Passende zorg organiseren voor een kwetsbare cliëntgroep vraagt om slimmere oplossingen. Stepped care is er één van en verpleegkundigen spelen daarin een onmisbare rol.

Onmisbaar, maar onbekend
Toch weten te weinig verpleegkundigen wat de gehandicaptenzorg te bieden heeft. De sector is voor heel veel mensen onzichtbaar. Als je niemand in je omgeving hebt met een beperking, kom je er eigenlijk niet mee in aanraking. Daar komt bij dat de gehandicaptenzorg tijdens mbo-v- en hbo-v-opleidingen relatief weinig aandacht krijgt.

Als net afgestudeerde verpleegkundige is de gehandicaptenzorg vrij onbekend. Dan heb je toch vaste richtingen: richting het ziekenhuis of de thuiszorg,” vertelt een verpleegkundige.

Daardoor ontstaat het beeld dat er weinig inhoudelijke uitdaging of professionele ontwikkeling te vinden is. De praktijk laat juist het tegendeel zien.

G-AAN maakt het vak zichtbaar
Die kloof tussen wat het vak biedt en wat verpleegkundigen ervan weten, willen we dichten. Daarom investeren we niet alleen in de transformatie van de zorg, maar starten we ook een initiatief om het werk en de loopbaanmogelijkheden van verpleegkundigen in de gehandicaptenzorg zichtbaar te maken.

Dit is het eerste verhaal in een reeks. De komende tijd laten we zien wat het vak inhoudt, welke rollen er zijn en hoe een loopbaan in de gehandicaptenzorg eruit kan zien. Want wie de gehandicaptenzorg ontdekt, ontdekt een sector waar je ertoe doet en een sleutelrol speelt in de zorg van morgen.

Doorontwikkeling Nederlandse Triage Standaard (NTS)

Goed nieuws: de doorontwikkeling van de Nederlandse Triage Standaard (NTS) voor de gehandicaptenzorg en de verpleging & verzorging gaat weer verder. Zilveren Kruis heeft een oplossing gevonden voor de financiering, waardoor het project alsnog doorgang kan vinden. Eind januari werd het tijdelijk stilgelegd door onzekerheid over de toegezegde subsidie. Die onzekerheid is nu weggenomen.

Voor G-AAN is dit goed nieuws. Als een van de partijen die zich heeft ingespannen om deze uitbreiding mogelijk te maken, kijken we ernaar uit om samen de volgende stappen te zetten.

Triage die past bij wie je bent
Voor circa 400.000 mensen in Nederland — ongeveer 150.000 in de gehandicaptenzorg en 250.000 in de verpleging & verzorging — bestaat nog geen landelijke triagestandaard die echt bij hen past. Dat is een gemis, want deze groep heeft specifieke kenmerken waar standaard triage geen rekening mee houdt. Klachten presenteren zich anders bij ouderen en mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Communicatie verloopt vaak via zorgteams, naasten en mantelzorgers. En behandelafspraken kunnen zowel actief als terughoudend zijn.

Wat een uniforme standaard oplevert
Een passende NTS zorgt voor een betere inschatting van urgentie, efficiëntere inzet van zorgcapaciteit en minder onnodige doorverwijzingen naar de spoedzorg. Cliënten krijgen sneller de juiste hulp, en zorgprofessionals spreken dezelfde taal, of ze nu werken in de wijkverpleging, op een huisartsenpost of in de acute zorg.

Het project sluit ook aan bij bredere landelijke ontwikkelingen, zoals de lopende NZa-experimenten en de zorgcoördinatiecentra die landelijk worden ontwikkeld. Goede triage is een fundament onder al die initiatieven.

Een eenmalige stap, met een structurele ambitie
Zilveren Kruis Zorgkantoor heeft ingestemd met een eenmalige financiering voor de afronding van het project; bij uitzondering, en aansluitend op eerdere investeringen. Daarbij is afgesproken dat structurele financiering van triageprotocollen in principe een verantwoordelijkheid blijft van zorgaanbieders zelf. De stuurgroep hervat de ontwikkeling per direct, samen met veldpartijen. De voortgang wordt periodiek gemonitord.

Het gezamenlijke doel blijft ongewijzigd: een breed gedragen triagestandaard die bijdraagt aan passende zorg voor kwetsbare doelgroepen, nu en in de toekomst.

Regionaal trainen en toetsen: slimmer omgaan met verpleegkundige capaciteit

Zorgorganisaties in de regio Zwolle bundelen hun krachten om zorgmedewerkers efficiënter te trainen en te toetsen op risicovolle en voorbehouden handelingen. Door regionale samenwerking ontstaat meer continuïteit, kwaliteit en ruimte voor vakmanschap – zonder extra druk op de toch al schaarse verpleegkundige capaciteit.

De uitdaging: meer zorgvraag, minder verpleegkundigen
De zorgvraag in de regio Zwolle groeit, terwijl het aantal beschikbare verpleegkundigen onder druk staat. Tegelijkertijd moeten zorgorganisaties kwaliteit en cliëntveiligheid blijven borgen. Dat betekent dat medewerkers aantoonbaar bekwaam moeten zijn in het uitvoeren van risicovolle en voorbehouden handelingen.
Niet iedere organisatie beschikt intern over verpleegkundigen die deze training en toetsing kunnen verzorgen. En als die deskundigheid wel aanwezig is, vraagt het onderhouden van hun bekwaamheid ook structurele inzet: die verpleegkundigen moeten zelf ook periodiek geschoold en getoetst worden, vaak door externe partijen. 

De oplossing: regionale samenwerking
Acht zorgorganisaties in de regio Zwolle – Ambiq, Baalderborg, Careander, Frion, InteraktContour, Omega Groep, Philadelphia, Stichting Sprank en Profila Zorggroep – werken sinds 2026 samen aan regionaal trainen en toetsen. Yvonne Kremer is als projectleider verantwoordelijk voor de coördinatie.

Het uitgangspunt
Regionaal samenwerken in training en toetsing is geen doel op zich, maar een middel om slimmer om te gaan met schaarse verpleegkundige capaciteit en beschikbare expertise. Door kennis en deskundigheid te delen, ontstaat ruimte om vaker en consistenter te scholen en te toetsen dan wanneer organisaties dit ieder afzonderlijk organiseren.

Hoe werkt het?

  1. Aanmelding via de eigen organisatie
    Een medewerker die een risicovolle of voorbehouden handeling moet leren of herhalen, wordt aangemeld door de eigen organisatie. Deze beoordeelt of de training passend en noodzakelijk is.
  2. E-learning als basis
    Aan de praktijktraining gaat altijd een e-learning vooraf. Zonder afgeronde e-learning vindt geen praktijktraining plaats.
  3. Praktijktraining
    Tijdens de praktijktraining wordt de handeling stapsgewijs geoefend, met aandacht voor veiligheid, risico’s en de juiste werkwijze. Training kan individueel of in teamverband plaatsvinden.
  1. Objectieve toetsing en bekwaamverklaring
    De toetsing wordt uitgevoerd door een verpleegkundige die hiervoor deskundig en bekwaam is. De uitkomst van de toetsing is helder: de medewerker is bekwaam of (nog) niet bekwaam om de handeling zelfstandig uit te voeren.
  2. Verantwoordelijkheid bij de organisatie
    De verantwoordelijkheid voor de geldigheid van bekwaamheid, het vastleggen daarvan en het tijdig aanvragen van (her)scholing ligt bij de individuele organisaties.

De voordelen: kwaliteit, continuïteit en efficiëntie

  • Minder druk op verpleegkundige capaciteit
    Door regionale samenwerking hoeven organisaties niet zelf alle trainingen en toetsingen te organiseren. Verpleegkundigen kunnen zich richten op zorgverlening, terwijl de scholing efficiënt en kwalitatief hoogwaardig wordt geregeld.
  • Eenduidige kwaliteit en veiligheid
    De regionale training en toetsing vinden plaats op basis van gezamenlijke uitgangspunten en geldende protocollen. Hierdoor wordt gewerkt met een vergelijkbaar kwaliteitsniveau.
  • Ruimte voor vakmanschap en ontwikkeling
    Training en toetsing worden gezien als onderdeel van een continu leerproces. Het gaat niet alleen om het voldoen aan eisen, maar om het versterken van vakmanschap en het samen leren en verbeteren.
  • Toekomstbestendig en schaalbaar
    Het regionale kader is zo opgesteld dat nieuwe organisaties eenvoudig kunnen aansluiten en dat nieuwe handelingen kunnen worden toegevoegd.

Samen leren, samen verbeteren
Het regionale trainen en toetsen is geen statisch project, maar een doorlopend leerproces. Maandelijks komt een projectgroep bijeen om ervaringen uit de praktijk te delen en het aanbod waar nodig aan te passen.

Door maandelijks gezamenlijk te evalueren en te leren van de praktijk, blijft het regionale trainen en toetsen aansluiten bij de behoeften van organisaties en draagt het bij aan kwaliteit, veiligheid en continuïteit van zorg in de regio.

Meer weten?
Dit project is een initiatief van Ambiq, Baalderborg, Careander, Frion, InteraktContour, Omega Groep, Philadelphia, Stichting Sprank en Profila Zorggroep, in samenwerking met het verpleegkundig aanrijdteam regio Zwolle.

Vragen of interesse in deelname?
Neem contact op met Yvonne Kremer, projectleider Regionaal trainen en toetsen, via yvonne.kremer@g-aan.nl of 06 – 23 48 33 47. 

Nieuwe stap voor Maatschappelijke GGZ en gehandicaptenzorg in Drenthe

De maatschappelijke GGZ en de gehandicaptenzorg in Drenthe gaan nauwer samenwerken. Eveline Bakker, programmamanager Maatschappelijke GGZ in Drenthe, legt uit waarom dit nodig is en hoe dit inwoners meer rust, duidelijkheid en passende ondersteuning oplevert.

“Met alle betrokken GGZ‑organisaties, gemeenten, G‑AAN en het zorgkantoor zetten we dit jaar een stap vooruit. We brengen de maatschappelijke GGZ en de gehandicaptenzorg dichter bij elkaar. Niet door structuren te veranderen, maar door slimmer samen te werken.

We delen expertise, stemmen beter af bij complexe situaties en organiseren ondersteuning zoveel mogelijk zo thuis, zo licht en zo digitaal mogelijk. Het doel is simpel: zorgen dat inwoners niet meer tussen systemen vallen.”

Waarom is dit het juiste moment voor intensievere samenwerking?
“De zorg verandert snel. Steeds meer mensen met een Wlz‑indicatie wonen in de wijk, en gemeenten krijgen daardoor vaker te maken met zorgmijding, overlast of crisissituaties. Tegelijkertijd werken we binnen de maatschappelijke GGZ aan herstelgericht begeleiden en soepele doorstroom, en veel van die vraagstukken raken ook de gehandicaptenzorg. Het is dus logisch om de samenwerking tussen beide domeinen te verdiepen. 

Binnen de gehandicaptenzorgorganisaties die zijn aangesloten bij G‑AAN, is bestuurlijke instemming om de samenwerking met de GGZ te versterken. Daarnaast hebben de GGZ‑organisaties onderling een convenant gesloten waarin deze gezamenlijke beweging is vastgelegd. Samen vormen deze afspraken een stevige en waardevolle basis voor de volgende stap.”

Hoe ziet de ontwikkeling er de komende tijd uit?
“We richten dit jaar gezamenlijke werkgroepen in, organiseren leerbijeenkomsten en gebruiken één gedeelde koers. Ook verkennen we regionale oplossingen, zoals gezamenlijke nachtzorg, een eenduidig escalatiemodel en digitale consultatie. Het gaat vooral om beter samenwerken rondom inwoners: elkaar sneller vinden, informatie delen waar dat mag en expertise inzetten waar die het meeste oplevert.”

Wat betekent dit voor cliënten – en voor professionals?
Voor inwoners en professionals verandert er op dit moment misschien nog niet veel, maar straks wel: meer rust, minder gedoe en sneller passende ondersteuning. Wanneer er iets speelt, weten organisaties elkaar beter te vinden. Dat voorkomt escalaties en geeft cliënten én hun netwerk meer stabiliteit.

Voor professionals wordt het werk overzichtelijker: kortere lijnen, minder eilandvorming en meer gedeelde kennis. Dat scheelt tijd en stress en verhoogt de kwaliteit van zorg.

Wat wil je de regio graag meegeven?
“Deze beweging doen we niet voor de systemen, maar voor de mensen om wie het gaat. Door nu te investeren in samenwerking, creëren we een sociaal‑mentaal zorglandschap waarin iedereen kan wonen, meedoen en zich veilig voelen. En het mooie is: we hoeven het niet perfect te doen; als we het maar samen doen.”

Rust en efficiëntie door regionale aanrijdteams 

Het begon met een probleem dat steeds nijpender werd. Huisartsen trokken zich stap voor stap terug uit de zorg voor cliënten in de Wlz. Vooral in de avond, nacht en het weekend werd het steeds lastiger om passende medische zorg te organiseren. Voor begeleiders en organisaties leidde dat tot onzekerheid, extra druk en soms tot oplossingen die eigenlijk niet logisch voelden.

“We zagen dat iedereen worstelde met dezelfde vraag,” vertelt Yvonne Kremer, projectleider Medisch Generalistische Zorg bij G-AAN. “Wie kan je inzetten als het eigen verpleegkundig team niet beschikbaar is? Of thuiszorg een stop heeft?” 

Samen vinden we een oplossing
In de regio Zwolle besloten gehandicaptenzorgorganisaties het probleem niet langer individueel te benaderen. In plaats daarvan gingen zij samen aan tafel. Niet met de ambitie om meteen een groots model neer te zetten, maar om eerst scherp te krijgen waar het écht misging. Al snel werd duidelijk: het probleem zat niet alleen in capaciteit, maar vooral in de manier waarop zorgvragen werden beoordeeld en opgeschaald.

De eerste doorbraak was de gezamenlijke triage. Waar voorheen iedere organisatie een eigen verpleegkundige bereikbaarheidsdienst had, werd nu regionaal bekeken wat er nodig was. “Dat was een enorme omslag,” zegt Yvonne. “Voor het eerst gingen we werken volgens het step-care-principe: pas opschalen als dat ook echt logisch is.”

De tweede mijlpaal: twee regionale aanrijdteams
In december 2024 volgde de volgende stap: de start van twee verpleegkundige aanrijdteams in de regio, met daarin verpleegkundigen die ingezet worden voor meerdere organisaties in de regio. Niet als vervanging van bestaande zorg, maar als gerichte aanvulling.

Het effect liet niet lang op zich wachten. Dankzij goede triage en duidelijke urgentiecodes rijden verpleegkundigen alleen uit als hun expertise nodig is. Ze krijgen vooraf heldere informatie over de cliënt, locatie en handeling. “Als ze nu op pad gaan, weten ze precies waarom,” vertelt Yvonne. “Dat voorkomt onnodige ritten en scheelt enorm in belasting.”

Centrale triage en daadkrachtige samenwerking 
De aanrijdteams werken volgens het step-care-principe. Zorgvragen worden eerst beoordeeld via een centrale triage en alleen wanneer verpleegkundige inzet echt iets toevoegt, rijdt een team uit. Dat voorkomt onnodige inzet en maakt het mogelijk om met beperkte capaciteit toch bereikbare zorg te organiseren. “Je wilt geen verpleegkundigen laten rijden omdat het ‘zo hoort’,” zegt Yvonne. “Ze moeten op pad gaan omdat het logisch is.”

Vanaf de start is gekozen voor een stevige samenwerkingsstructuur. Maandelijks komen de betrokken organisaties bijeen in een projectgroep, met aan tafel managers die mandaat hebben om besluiten te nemen. Die manier van werken blijkt essentieel. “Als we iets signaleren, kunnen we vaak dezelfde dag nog bijsturen,” vertelt Yvonne. “Zo blijven we niet hangen in goede bedoelingen waarop geen actie volgt.”

Kwaliteit staat centraal
Om aan de groeiende vraag te voldoen, is het aanrijdgebied inmiddels verruimd van dertig naar vijfenveertig minuten. Die keuze is bewust gemaakt. Spoedsituaties blijven leidend; planbare zorg krijgt ruimte. “We zagen dat we met de huidige productiviteit die zorgvraag aankunnen,” licht Yvonne toe. “Dan durf je ook iets op te rekken, zonder dat het ten koste gaat van kwaliteit.”

Tegelijkertijd blijft het uitgangspunt dat zorg regionaal wordt georganiseerd, niet centraal. In andere gebieden ontstaan vergelijkbare MGZ-samenwerkingen. Voor G-AAN is dat geen bedreiging, maar een logische ontwikkeling. “Wij delen graag onze ervaringen en onze aanpak,” zegt Yvonne, “maar het eigenaarschap moet bij de regio zelf blijven.”

Ook winst voor verpleegkundigen: weer de meer de inhoud in
“Als je een verpleegkundige vraagt waarom hij of zij voor dit vak heeft gekozen, dan hoor je vaak hetzelfde,” zegt Yvonne. “Het gaat om het vak. Om handelingen uitvoeren, klinisch redeneren, verantwoordelijkheid dragen. Dat kwam in veel organisaties te weinig terug.”

De aanrijdteams brengen daar verandering in, omdat verpleegkundigen worden ingezet wanneer hun expertise daadwerkelijk nodig is: bij onverwachte situaties, bij minder vaak voorkomende of complexere handelingen en bij het overdragen van kennis aan begeleiders. 

Een belangrijk onderdeel van die werkwijze is het scholen van begeleiders in de praktijk. Als een cliënt bijvoorbeeld na een ziekenhuisopname thuiskomt met nieuwe verpleegkundige zorg, leren verpleegkundigen van het aanrijdteam begeleiders hoe zij die zorg zelf kunnen uitvoeren. “Niet in een klaslokaal en niet op een oefenpop,” zegt Yvonne, “maar bij de cliënt zelf. Dat is veel effectiever.”

Meer afwisseling, uitdaging, regie en een grotere bekwaamheid
Daarnaast krijgen verpleegkundigen een grotere rol in kwaliteit van zorg. Doordat zij regelmatig op verschillende locaties komen, zien ze wat er speelt op de werkvloer. Ze adviseren over medicatieveiligheid, hygiëne en infectiepreventie en vormen zo een schakel tussen beleid en praktijk. “Ze zijn eigenlijk onze ogen en oren in het primaire proces.”

Die herpositionering van het vak heeft zichtbaar effect. Verpleegkundigen ervaren meer regie, meer afwisseling en meer inhoudelijke uitdaging. Dat vertaalt zich in meer werkplezier en een grotere bereidheid om in de gehandicaptenzorg te blijven werken. Vacatures blijken makkelijker te vervullen, juist omdat het perspectief duidelijker is.

Om die professionalisering verder te versterken, wordt gewerkt aan aanvullende scholing. Verpleegkundigen leren daarbij ook hoe zij collega’s van andere organisaties kunnen toetsen en begeleiden, op een objectieve manier. “Dat verhoogt de kwaliteit,” legt Yvonne uit, “maar ook het gevoel van vakmanschap.”

Volgens haar is dat essentieel voor de toekomst van de zorg: “Als we willen dat verpleegkundigen blijven, moeten we ze ook echt de ruimte geven om verpleegkundige te zijn. Deze manier van werken helpt daarbij.”

Digitale expertise toevoegen: hulp bij cliënten met een VG6/VG7-indicatie

Samen werken aan specialistische zorg die wérkt

Hendrike Fonteine is manager van de Cosis Poli en werkzaam als GZ-psycholoog/orthopedagoog. Vanuit haar rol in het MGZ-transitieteam is zij nauw betrokken bij de ontwikkeling van een regionaal expertisecentrum voor mensen met een verstandelijke beperking. Vanuit die combinatie van praktijk, organisatie en transitie vertelt zij over de ontwikkelingen richting een regionaal expertisecentrum

Binnen de Medisch Generalistische Zorg (MGZ) wordt al volop samengewerkt aan een concreet, gezamenlijk aanbod voor mensen met een verstandelijke beperking. Het gaat hierbij om handicap-gebonden problematiek en daaruit voortkomende psychische problematiek. Een mooi voorbeeld daarvan is de ontwikkeling van de regiopoli binnen de regiohub Drenthe: een samenwerking waarin gespecialiseerde poli’s van Cosis en Vanboeijen hun krachten bundelen, zodat cliënten sneller op de juiste plek terechtkomen en expertise beter wordt benut.

Een van de kartrekkers van deze ontwikkeling is Hendrike Fonteine, die vanuit het transitieteam nauw betrokken is bij de vormgeving van een overkoepelend regionaal expertisecentrum voor mensen met een verstandelijke beperking.

Waarom deze samenwerking nodig is

“Wat we in de praktijk steeds weer zien,” vertelt zij, “is dat psychische problematiek veel vaker voorkomt bij mensen met een verstandelijke beperking dan bij mensen met een gemiddeld IQ. Toch sluit het reguliere GGZ-aanbod vaak onvoldoende aan. Cliënten worden afgewezen op basis van IQ-criteria of komen terecht in trajecten die vastlopen, omdat de behandeling simpelweg niet passend is.”

De toegankelijkheid van de MGZ voor VG-cliënten staat dus onder druk. De toenemende complexiteit van de zorg en schaarste van professionals vraagt in de regio om een toekomstbestendige regionale samenwerking op het gebied van MGZ. Het is de bedoeling om expertise en capaciteit slimmer in te zetten om de toegankelijkheid van de medisch verpleegkundige zorg ook in de toekomst te kunnen borgen. Daarom is binnen de MGZ gekozen voor een regionaal expertisecentrum waarin gespecialiseerde kennis uit de gehandicaptenzorg wordt samengebracht. 

Binnen dit centrum krijgt het aanbod vorm langs drie lijnen: een verpleegkundige triagedienst, verpleegkundige aanrijdteams en een regiopoli voor psychische en medische behandeling, specifiek afgestemd op mensen met een verstandelijke beperking.

Wat er nu al gebeurt: samen optrekken in de poli’s

De regiopoli als onderdeel van een regionaal expertisecentrum is geen toekomstmuziek, maar groeit nu al stap voor stap. Cosis en Vanboeijen – beide deelnemende organisaties binnen de MGZ – beschikken ieder over een eigen poli voor deze doelgroep. In plaats van los van elkaar te blijven werken, zijn zij samen gaan verkennen hoe het aanbod beter op elkaar kan aansluiten.

“Wat ons opviel,” vertelt Hendrike, “is hoeveel overlap er eigenlijk al is. Cliënten kunnen bij Vanboeijen grotendeels hetzelfde aanbod krijgen als bij Cosis. Tegelijkertijd hebben we ieder ook eigen accenten en aanvullingen. Door die slim te combineren, ontstaat er een veel sterker regionaal geheel.”

Beide poli’s werken met vergelijkbare disciplines, zoals GZ-psychologen en orthopedagogen-generalist, artsen VG, vaktherapeuten en paramedici. Door die overeenkomsten ontstaat ruimte om van elkaar te leren, wachtlijsten beter te managen en cliënten sneller naar de juiste plek te begeleiden. 

Van verkennen naar doen

Een concrete stap in januari ’26 is de detachering van een behandelaar, van de Cosis-poli naar de poli van Vanboeijen. Zo wisselen we schaarse professionals uit, zodat we de juiste persoon, op de juiste plek, op het juiste moment hebben. Een waardevolle bijvangst hiervan is dat we inzage krijgen in elkaars werkwijzen, proces en keuzes.

“Het gaat ons niet om één centrale plek,” benadrukt Hendrike. “Juist door het aanbod regionaal te organiseren, op meerdere locaties, houden we de zorg dichtbij en toegankelijk. Tegelijkertijd benutten we de schaarse specialistische capaciteit veel slimmer op meerdere locaties, maar wel met één centrale en goed zichtbare toegang”

Vooruitkijken: schaalbaar en toekomstbestendig

Hoewel de MGZ-samenwerking zich in eerste instantie richt op Drenthe, wordt bewust gewerkt aan een aanpak die ook toepasbaar is in Groningen. Cosis werkt net als meerdere zorgorgansiaties in beide regio’s, en die regionale samenhang biedt kansen om het gezamenlijke aanbod verder te versterken.

De ambitie is helder: toewerken naar een regionaal expertisecentrum waarin meerdere organisaties samen zorg bieden aan mensen met een verstandelijke beperking. Niet als los initiatief, maar als logisch onderdeel van een bredere beweging binnen de MGZ: de juiste cliënt, op het juiste moment, op de juiste plek, samen georganiseerd.

Regio Zwolle
Govert Flinckstraat 31
9021 ET Zwolle

Regio Drenthe
Lauwers 17
9405 BL Assen

Samen maken we de zorg in de regio toekomstbestendig. G-AAN brengt partijen bij elkaar die willen samenwerken, experimenteren en innoveren.

Naar contactformulier

Blijf als eerste op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief