Twee werelden, één cliënt: samenwerking GZ-GGZ
Cliënten met een licht verstandelijke beperking en (ernstige) psychische problemen vallen te vaak tussen wal en schip. In de regio Zwolle gaan de gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg nu structureel samenwerken om dat te veranderen.
Wie bij de gehandicaptenzorg aanklopt met GGZ-problematiek, of bij de GGZ met een verstandelijke beperking, merkt het al snel: het systeem is niet op hen gebouwd. Financieringsstromen lopen langs elkaar heen, behandelmethoden zijn ontwikkeld voor mensen met een gemiddeld IQ, en als er al samenwerking ontstaat, hangt die af van individuele zorgprofessionals. Bovendien is er niet altijd voldoende expertise in huis en mogelijkheid om op te schalen bij crisis.
Esther Liefers, bestuurder bij Baalderborg Groep en bestuurlijk trekker van het nieuwe project vanuit de gehandicaptenzorg, herkent het probleem goed. “Systemen denken nog heel erg in kolommen. De GGZ heeft met de zorgverzekering te maken, de gehandicaptenzorg met het zorgkantoor of de WMO. Dat zijn andere geldstromen, en die belemmeren een natuurlijke beweging.” Tegelijkertijd weet ze dat er aan dat financieringssysteem op korte termijn weinig te veranderen valt. “Dat wiel kunnen we niet snel aan het draaien krijgen. Laten we ons richten op de inhoud: wat zien we aan vraagstukken, en hoe kunnen we elkaar daar beter op vinden?”
Een groep die groeit
De populatie cliënten waarbij de twee werelden elkaar nodig hebben, is groter dan veel mensen beseffen, en neemt bovendien toe. Mensen met een licht verstandelijke beperking wonen steeds vaker zelfstandig of in geclusterde woonvormen, met ambulante ondersteuning. Ze maken deel uit van de maatschappij, maar die maatschappij is er niet altijd op afgestemd. “De druk op allerlei vlakken is hoog,” zegt Esther. “En deze groep is gevoelig voor mentale problemen.”
Als het misgaat, lopen professionals vast. Cognitieve therapieën zijn ontwikkeld voor mensen met een gemiddeld IQ en goede verbale vaardigheden. Iemand met een licht verstandelijke beperking kan goed overkomen in een gesprek, maar het aangebodene moeilijk internaliseren. Over het ‘verkennend gesprek’ dat als eerste stap in een behandeltraject dient, zegt Esther: “Ik weet zeker dat een groot deel van deze populatie al snel denkt: waar gaat het hier over? Hier heb ik niks aan. Ik loop weg.”
De gehandicaptenzorg is sterk in het bieden van ondersteuning in het dagelijks leven, maar onvoldoende toegerust voor psychiatrische behandeling. “De gehandicaptenzorg is van oudsher goed in het sociale klimaat ondersteunen,” zegt Esther. “Maar in de behandeling van mentale problemen niet. En die combinatie heb je wél nodig.”
Van persoonlijk netwerk naar structuur
Als behandelaren elkaar weten te vinden, een orthopedagoog en een psychiater die elkaar kennen en vertrouwen, dan loopt het wel. Dat is ook precies het probleem. “Het is zo persoonsafhankelijk,” zegt Esther. Zodra iemand vertrekt of de samenwerking om een andere reden stokt, begint het zoeken opnieuw.
Het project Versterking samenwerking GZ-GGZ wil daar verandering in brengen. Niet door het financieringssysteem te hervormen – dat valt buiten scope – maar door langs de inhoud te werken aan iets wat duurzamer is: hoe organiseren we de samenwerking tussen GZ en GGZ zó dat cliënten sneller, beter en meer samenhangend worden ondersteund?
Projectleider Ingrid Doezeman begeleidt het traject. De eerste fase richt zich op verkenning: welke knelpunten, positieve ervaringen en succesfactoren leven er bij GZ- en GGZ-aanbieders in de regio, wat zijn elders goede voorbeelden, en welke samenwerkingsvormen zijn hier haalbaar?
Aan het einde van 2026 moet er een gedragen analyse van de knelpunten liggen en een roadmap met de mogelijkheden voor het versterken van de samenwerking. Daarnaast is het doel om voor het einde van het jaar één of twee concrete initiatieven geïmplementeerd te hebben.
Wat G-AAN hieraan bijdraagt
Het project valt binnen de programmalijn Expertise toevoegen van G-AAN. Esther waardeert die inbedding. “Binnen G-AAN blijft het niet bij bestuurlijk gepraat en goede voornemens. We gaan echt naar concretisering, en dat helpt.”
Want als we dit anders willen regelen, dan moet er wel wat veranderen. “We hebben met elkaar een verantwoordelijkheid te dragen,” zegt Esther. “En die moeten we uit gezamenlijkheid invullen.”
