Expertisenetwerk VG en verslaving: nieuwe inzichten over triple-problematiek

Vier zorgorganisaties in Groningen, Alliade, De Zijlen, Vanboeijen en Trajectum, bundelden vanaf 2023 hun kennis over cliënten met een verstandelijke beperking in combinatie met verslavingsproblematiek. Met VNN als inhoudelijk expert bouwden zij aan een netwerk van aandachtsfunctionarissen die casuïstiek bespraken en elkaar trainden.

Wat leverde dat op?
Het netwerk startte in oktober 2023 met een lancering voor ruim 120 collega’s van de betrokken organisaties. Er kwam een opleidingsprogramma Motiverende Gespreksvoering VG & Verslaving, met een train-de-trainer-aanpak die andere organisaties inmiddels zelf verder brengen.

Een nieuwe, scherpere vraag
Gaandeweg bleek de praktijk anders te liggen dan bij de start gedacht: verslavingsproblematiek speelt vooral bij cliënten met een lichte verstandelijke beperking, niet bij de doelgroep waarvoor het netwerk oorspronkelijk was opgezet. Waar wél een duidelijk gat zit: cliënten met een combinatie van verstandelijke beperking, psychische kwetsbaarheid én verslaving tegelijk: triple-problematiek dus. Voor deze groep ontbreekt nu een vaste plek waar organisaties gezamenlijk een passende route kunnen uitstippelen.

Hoe nu verder?
Binnen G-AAN Groningen staat een mogelijk vervolg rond de triple-problematiek momenteel op pauze. De resultaten van dit project vormen echter een stevige basis voor verdere samenwerking. Op basis van de verkenning met partners als GGZ Drenthe en VNN wordt in 2027 besloten of en hoe we hier een vervolg aan gegeven. Daarmee ronden we het project Expertise Toevoegen af, met waardevolle opbrengsten én een helder zicht op een volgende stap voor de regio.

Samen de nacht door: kwetsbare nachtzorg vraagt om regionale slagkracht

Binnen de gehandicaptenzorg wordt het organiseren van nachtzorg steeds complexer. De nacht is een kwetsbare periode: er is minder personeel aanwezig, waardoor snelle en passende inzet cruciaal is.

Arbeidsmarktkrapte, stijgende kosten en een complexere zorgvraag maken dat de organisatie van nachtzorg per individuele aanbieder steeds minder houdbaar is. Om die reden hebben de bestuurders van Careander, Philadelphia en ’s Heeren Loo in de regio Noordwest-Veluwe de handen ineengeslagen. Samen onderzoeken zij hoe samenwerking in de nacht de continuïteit, kwaliteit en doelmatigheid van de zorg kan borgen.

Terry Brouwer, bestuurder van Careander, is nauw betrokken bij het initiatief. Zij ziet de urgentie dagelijks toenemen. “In de nacht zie je dat de zorg door de arbeidsmarktproblematiek vaak nog veel kwetsbaarder wordt. We gaan het op de lange termijn simpelweg niet meer redden om dit allemaal individueel te organiseren. De urgentie is dus groot.”

En het gaat nog om meer: “Uiteindelijk willen we een model waarin we sneller passende zorg kunnen bieden, elkaars expertise beter benutten en elkaar in de nacht kunnen bijstaan bij calamiteiten. Dat maakt de zorg niet alleen doelmatiger, maar vooral ook veiliger voor cliënten én voor onze medewerkers.”

De noodzaak van nabijheid
In de regio Noordwest-Veluwe is al eerder ervaring opgedaan met initiatieven zoals de Veluwse avond- en nachtzorg, maar die richten zich voornamelijk op de ambulante doelgroep. Dit nieuwe project heeft een heel andere, specifieke focus: de GZ-verblijfszorg. Het gaat hierbij om locaties waar fysieke aanwezigheid en actieve zorgverlening in de nacht noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld voor algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) of medicatietoediening.

“Dit initiatief is op dit moment echt gericht op de niet-ambulante zorg,” legt Terry uit. “Ambulante teams kunnen veel vragen telefonisch of digitaal afhandelen, of er kan bij een crisis een aanrijdteam worden georganiseerd. Maar hier gaat het over mensen die in de nacht structureel nabijheid nodig hebben. Dit zijn cliënten die bijvoorbeeld moeilijk te vervoeren of immobiel zijn.”

“Die doelgroep blijft bestaan, ook al is de landelijke trend en het inkoopbeleid voor 2027 sterk gericht op ambulantisering. Voor hen is het geen kwestie van wel of niet ambulantiseren, maar van een zorgvraag die simpelweg anders blijft. Ook voor deze cliënten is de nacht er in de eerste plaats om te slapen, en daarom willen we hen ook de fysieke en psychosociale veiligheid en geborgenheid bieden die daarbij hoort.”

Op dit moment is de inrichting van die zorg erg versnipperd en daardoor kwetsbaar. “Je kunt je afvragen of het nodig is dat er in de nacht, binnen een straal van een paar kilometer, bij elke organisatie standaard twee medewerkers als achterwacht beschikbaar zijn,” schetst Terry de huidige situatie. “Grote terreinen hebben vaak zwerfwachten die van locatie naar locatie gaan, maar voor kleinere, losse locaties is het heel kwetsbaar. Want wat doe je bij ziekte, of bij een calamiteit? Hoe snel weet je elkaar dan te vinden in de nacht?”

Klein beginnen voor echte slagkracht
De samenwerking start bewust kleinschalig in de regio Noordwest-Veluwe. Door eerst met drie partijen in een afgebakend geografisch gebied te beginnen, blijft het project behapbaar en is er direct slagkracht. “Het is geen groot papieren project dat we van bovenaf naar de praktijk brengen,” benadrukt Terry. “Het gaat erom: wat speelt zich hier in de praktijk af en hoe kunnen we dat met elkaar borgen? Juist door het klein te houden, kunnen we snel schakelen. In een later stadium kunnen andere organisaties ook aansluiten.”

Onder leiding van projectleider Ingrid Doezeman, bevindt het project zich momenteel in de onderzoeksfase. In deze eerste fase wordt de huidige situatie grondig geanalyseerd: hoe is de nachtzorg nu ingericht, welke cliënten wonen er, hoe wordt er uitgeluisterd en wat zijn de HR-aspecten en personele roosters?

Op basis van die inventarisatie worden een aantal realistische samenwerkingsscenario’s uitgewerkt en getoetst op hun organisatorische en financiële haalbaarheid. Na een bestuurlijk besluitmoment over het voorkeursmodel start in het najaar de daadwerkelijke realisatiefase in de Noordwest-Veluwe. Pas na een gedegen evaluatie wordt bekeken of en hoe dit model ‘copy-paste’ kan worden toegepast en opgeschaald naar de regio Zwolle.

Spanningsvelden in de praktijk
Hoewel iedereen de logica van samenwerken inziet, brengt een dergelijk verandertraject ook de nodige spanningen met zich mee. Het vraagt immers van organisaties dat zij bereid zijn over de eigen grenzen heen te kijken en bestaande werkwijzen los te laten.

“Samenwerken klinkt logisch en we ervaren allemaal dezelfde problemen, dus de bereidheid is er,” vertelt Terry. “Het wordt pas spannend als er echt iets verandert in de dagelijkse werkwijze. Medewerkers moeten straks misschien hun vaste gewoontes loslaten, of in de nacht naar een cliënt toe van een andere organisatie, die ze minder goed kennen. Dat zijn heel reële praktijkzaken, daarom is het belangrijk om deze samen met medewerkers goed door te spreken in de ontwerpfase en de voorbereiding op de nieuwe werkwijze.’

Om die reden is het zorgvuldig meenemen van medewerkers vanaf dag één een harde randvoorwaarde. Het projectteam wordt daarom gevuld door teammanagers van de drie organisaties, die de directe verbinding leggen met de locaties, de cliënten en de medezeggenschap. Ook externe partners, zoals de brandweer – met het oog op brandveiligheid en evacuatie in de nacht – worden nauw betrokken.

Daarnaast spelen er achter de schermen complexe, aanpalende processen. “Denk aan domotica. Sluiten de systemen van de verschillende organisaties wel op elkaar aan en kunnen we technologie centraal organiseren? En hoe richten we de toegang tot de elektronische cliëntendossiers (ECD’s) en de privacy in?”

Een duurzame stip op de horizon
Het uiteindelijke doel van het project is een toekomstbestendig en eenduidig model, waarin regie, rollen en verantwoordelijkheden tussen de zorgaanbieders glashelder zijn vastgelegd. Dat zorgt niet alleen voor een doelmatigere inzet van schaars personeel, maar versterkt direct de kwaliteit en de veiligheid van de zorg in de kwetsbare nachtelijke uren.

Dat het project financieel en procesmatig wordt ondersteund vanuit de regioaanpak G-AAN Zwolle, is volgens Terry een onmisbare stimulans. “Het helpt enorm dat er vanuit G-AAN middelen beschikbaar worden gesteld en dat er een projectleider is die faciliteert, agendeert en partijen samenbrengt. Het is in de dagelijkse praktijk, de going concern, ontzettend lastig om zelf die capaciteit vrij te spelen.”

Terry hoopt dat dit kleine project de opmaat is naar iets veel groters. “We streven naar een duurzame oplossing voor de lange termijn. Door dit project leren we elkaar in de regio echt kennen, en we zien dat waar mensen intensief samenwerken, er vaak ook op andere onderwerpen mooie dingen ontstaan. We kunnen veel van elkaar leren. Bovendien kan dit een enorme boost geven aan onze technologische ontwikkeling, wat er misschien wel toe leidt dat we in de toekomst naar één regionaal domoticasysteem toewerken. Het begint klein, maar het kan heel groot en betekenisvol uitpakken.”

Twee werelden, één cliënt: samenwerking GZ-GGZ

Cliënten met een licht verstandelijke beperking en (ernstige) psychische problemen vallen te vaak tussen wal en schip. In de regio Zwolle gaan de gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg nu structureel samenwerken om dat te veranderen.

Wie bij de gehandicaptenzorg aanklopt met GGZ-problematiek, of bij de GGZ met een verstandelijke beperking, merkt het al snel: het systeem is niet op hen gebouwd. Financieringsstromen lopen langs elkaar heen, behandelmethoden zijn ontwikkeld voor mensen met een gemiddeld IQ, en als er al samenwerking ontstaat, hangt die af van individuele zorgprofessionals. Bovendien is er niet altijd voldoende expertise in huis en mogelijkheid om op te schalen bij crisis.

Esther Liefers, bestuurder bij Baalderborg Groep en bestuurlijk trekker van het nieuwe project vanuit de gehandicaptenzorg, herkent het probleem goed. “Systemen denken nog heel erg in kolommen. De GGZ heeft met de zorgverzekering te maken, de gehandicaptenzorg met het zorgkantoor of de WMO. Dat zijn andere geldstromen, en die belemmeren een natuurlijke beweging.” Tegelijkertijd weet ze dat er aan dat financieringssysteem op korte termijn weinig te veranderen valt. “Dat wiel kunnen we niet snel aan het draaien krijgen. Laten we ons richten op de inhoud: wat zien we aan vraagstukken, en hoe kunnen we elkaar daar beter op vinden?”

Een groep die groeit
De populatie cliënten waarbij de twee werelden elkaar nodig hebben, is groter dan veel mensen beseffen, en neemt bovendien toe. Mensen met een licht verstandelijke beperking wonen steeds vaker zelfstandig of in geclusterde woonvormen, met ambulante ondersteuning. Ze maken deel uit van de maatschappij, maar die maatschappij is er niet altijd op afgestemd. “De druk op allerlei vlakken is hoog,” zegt Esther. “En deze groep is gevoelig voor mentale problemen.”

Als het misgaat, lopen professionals vast. Cognitieve therapieën zijn ontwikkeld voor mensen met een gemiddeld IQ en goede verbale vaardigheden. Iemand met een licht verstandelijke beperking kan goed overkomen in een gesprek, maar het aangebodene moeilijk internaliseren. Over het ‘verkennend gesprek’ dat als eerste stap in een behandeltraject dient, zegt Esther: “Ik weet zeker dat een groot deel van deze populatie al snel denkt: waar gaat het hier over? Hier heb ik niks aan. Ik loop weg.”

De gehandicaptenzorg is sterk in het bieden van ondersteuning in het dagelijks leven, maar onvoldoende toegerust voor psychiatrische behandeling. “De gehandicaptenzorg is van oudsher goed in het sociale klimaat ondersteunen,” zegt Esther. “Maar in de behandeling van mentale problemen niet. En die combinatie heb je wél nodig.”

Van persoonlijk netwerk naar structuur
Als behandelaren elkaar weten te vinden, een orthopedagoog en een psychiater die elkaar kennen en vertrouwen, dan loopt het wel. Dat is ook precies het probleem. “Het is zo persoonsafhankelijk,” zegt Esther. Zodra iemand vertrekt of de samenwerking om een andere reden stokt, begint het zoeken opnieuw.

Het project Versterking samenwerking GZ-GGZ wil daar verandering in brengen. Niet door het financieringssysteem te hervormen – dat valt buiten scope – maar door langs de inhoud te werken aan iets wat duurzamer is: hoe organiseren we de samenwerking tussen GZ en GGZ zó dat cliënten sneller, beter en meer samenhangend worden ondersteund?

Projectleider Ingrid Doezeman begeleidt het traject. De eerste fase richt zich op verkenning: welke knelpunten, positieve ervaringen en succesfactoren leven er bij GZ- en GGZ-aanbieders in de regio, wat zijn elders goede voorbeelden, en welke samenwerkingsvormen zijn hier haalbaar?

Aan het einde van 2026 moet er een gedragen analyse van de knelpunten liggen en een roadmap met de mogelijkheden voor het versterken van de samenwerking. Daarnaast is het doel om voor het einde van het jaar één of twee concrete initiatieven geïmplementeerd te hebben.

Wat G-AAN hieraan bijdraagt
Het project valt binnen de programmalijn Expertise toevoegen van G-AAN. Esther waardeert die inbedding. “Binnen G-AAN blijft het niet bij bestuurlijk gepraat en goede voornemens. We gaan echt naar concretisering, en dat helpt.”

Want als we dit anders willen regelen, dan moet er wel wat veranderen. “We hebben met elkaar een verantwoordelijkheid te dragen,” zegt Esther. “En die moeten we uit gezamenlijkheid invullen.”

De droom van Mark: een gewone dag in 2030

In dit korte filmpje zie je een toekomst die verrassend dichtbij voelt. Een dag uit het leven van Mark, waarin technologie, samenwerking en slimme inzet van data ervoor zorgen dat hij zich veilig, gehoord en vrij voelt. Waar zijn begeleider precies weet wat nodig is, zonder te moeten zoeken. En waarin expertise altijd beschikbaar is – digitaal, in het moment.

Vijf jaar geleden was dit een droom. Vandaag zetten we samen stappen om het werkelijkheid te maken.

Over het maakproces
Deze video kwam tot stand in slechts een paar dagen. Dankzij AI konden we snel visualiseren wat we bedoelen, maar zonder de betrokkenheid van de mensen die hun ervaring, zorgvisie en technische skills inbrachten, was het nooit gelukt. Bijzonder dank aan iedereen die zijn of haar energie en creativiteit hierin stopte. Samen maken we de toekomst niet alleen denkbaar, maar ook zichtbaar.

Regio Zwolle
Van Reeuwijkstraat 50
7731 EH Ommen

Regio Drenthe
Lauwers 17
9405 BL Assen

Regio Groningen
Tolberterstraat 41
9351 BC Leek

Samen maken we de zorg in de regio toekomstbestendig. G-AAN brengt partijen bij elkaar die willen samenwerken, experimenteren en innoveren.

Blijf als eerste op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief